BWBR0013289
Geldig vanaf 2001-12-28
Artikel 2
Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2002
1. De minister kan met inachtneming van de volgende bepalingen op aanvraag aan de eigenaar van een vissersvaartuig subsidie verlenen terzake van:
a. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie, of
b. de eigendomsoverdracht van het vissersvaartuig in het kader van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie.
2. Onder definitieve beëindiging als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
a. sloop van het vissersvaartuig;
b. definitieve overbrenging van het vissersvaartuig naar een derde land, onder de voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten van dat land vooraf schriftelijk toestemming hebben verleend en de overbrenging: niet plaatsvindt in het kader van een gemengde vennootschap als bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);
niet leidt tot schending van het internationale recht, met name met betrekking tot de instandhouding en het beheer van visbestanden of andere doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de arbeidsvoorwaarden van de vissers;
leidt tot vermindering van visserij-inspanning voor de visbestanden waarop met het betreffende vaartuig werd gevist, tenzij het vissersvaartuig in het kader van een visserijovereenkomst met de Europese Unie of een andere overeenkomst visserijrechten heeft verloren, of
niet plaatsvindt in het kader van een gemengde vennootschap als bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);
niet leidt tot schending van het internationale recht, met name met betrekking tot de instandhouding en het beheer van visbestanden of andere doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de arbeidsvoorwaarden van de vissers;
leidt tot vermindering van visserij-inspanning voor de visbestanden waarop met het betreffende vaartuig werd gevist, tenzij het vissersvaartuig in het kader van een visserijovereenkomst met de Europese Unie of een andere overeenkomst visserijrechten heeft verloren, of
c. definitieve bestemming van het vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie voor andere doeleinden dan de visserij.
3. Voor vissersvaartuigen met een tonnage van minder dan 27 brutoton wordt onder definitieve beëindiging als bedoeld in het eerste lid slechts de sloop van het vissersvaartuig verstaan.
a. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie, of
b. de eigendomsoverdracht van het vissersvaartuig in het kader van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie.
2. Onder definitieve beëindiging als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
a. sloop van het vissersvaartuig;
b. definitieve overbrenging van het vissersvaartuig naar een derde land, onder de voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten van dat land vooraf schriftelijk toestemming hebben verleend en de overbrenging: niet plaatsvindt in het kader van een gemengde vennootschap als bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);
niet leidt tot schending van het internationale recht, met name met betrekking tot de instandhouding en het beheer van visbestanden of andere doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de arbeidsvoorwaarden van de vissers;
leidt tot vermindering van visserij-inspanning voor de visbestanden waarop met het betreffende vaartuig werd gevist, tenzij het vissersvaartuig in het kader van een visserijovereenkomst met de Europese Unie of een andere overeenkomst visserijrechten heeft verloren, of
niet plaatsvindt in het kader van een gemengde vennootschap als bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);
niet leidt tot schending van het internationale recht, met name met betrekking tot de instandhouding en het beheer van visbestanden of andere doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de arbeidsvoorwaarden van de vissers;
leidt tot vermindering van visserij-inspanning voor de visbestanden waarop met het betreffende vaartuig werd gevist, tenzij het vissersvaartuig in het kader van een visserijovereenkomst met de Europese Unie of een andere overeenkomst visserijrechten heeft verloren, of
c. definitieve bestemming van het vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie voor andere doeleinden dan de visserij.
3. Voor vissersvaartuigen met een tonnage van minder dan 27 brutoton wordt onder definitieve beëindiging als bedoeld in het eerste lid slechts de sloop van het vissersvaartuig verstaan.