BWBR0013289
Geldig vanaf 2001-12-28
Artikel 4
Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2002
1. Een subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan slechts worden verleend terzake van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten in de wateren van de Europese Unie van een vissersvaartuig:
a. dat op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening meer dan tien jaar oud is;
b. dat, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment B, C of D, in elk van de twee aan de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden is gebruikt voor een visserijactiviteit van ten minste 80% van het in de betrokken periode voor het vissersvaartuig toegekende aantal zeedagen op grond van: artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2000;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2000;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2001;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2001;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2002;
artikel 4, eerste lid, van de Zeedagenregeling 2002;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2000;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2000;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2001;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2001;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2002;
artikel 4, eerste lid, van de Zeedagenregeling 2002;
c. dat, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment E, in elk van de aan de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden is gebruikt voor een visserij-activiteit van ten minste 75 zeedagen;
d. ten aanzien waarvan op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening op grond van artikel 4, tweede en derde lid, van de Regeling visserijlicentie een visvergunning is toegekend;
e. ten aanzien waarvan, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment B, C of D, op de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een geldige licentie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling visserijlicentie is toegekend;
f. ten behoeve waarvan, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment E, aan de aanvrager een geldige garnalenvergunning is verleend, en
g. dat op de datum van de indiening van aanvraag tot subsidieverlening i. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een tonnage heeft van 22BT of meer en nog geen 30 jaar oud is, of
ii. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een tonnage heeft van 22 BT of meer,
i. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een tonnage heeft van 22BT of meer en nog geen 30 jaar oud is, of
ii. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een tonnage heeft van 22 BT of meer,
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel g, kan een subsidie, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden verleend ten aanzien van een vissersvaartuig, dat definitief wordt bestemd voor de instandhouding van historisch erfgoed op het grondgebied van een lidstaat dan wel voor visserijonderzoek of opleiding door een overheidsinstantie of een aan de overheid gelieerde instantie van een lidstaat, of voor controle op de visserijactiviteiten met name door een derde land.
3. Indien het betreffende vissersvaartuig behoort tot segment E, kan slechts subsidie worden verleend indien de aanvrager overeenkomstig artikel 6, tweede lid, onderdeel d, afstand doet van de garnalenvergunning.
4. De subsidieverlening wordt geweigerd indien:
a. voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig reeds uit andere hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is of wordt verstrekt, of
b. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie heeft plaatsgevonden alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd;
c. het vissersvaartuig behoort tot segment E en de ten aanzien van dat vissersvaartuig verleende garnalenvergunning eerder was verleend ten aanzien van een vissersvaartuig waarvan de visserij-activiteiten in de wateren van de Europese Unie definitief zijn beëindigd en daarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij naar aanleiding van een aanvraag die is ingediend in de periode van 1 januari tot 1 maart 2001.
a. dat op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening meer dan tien jaar oud is;
b. dat, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment B, C of D, in elk van de twee aan de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden is gebruikt voor een visserijactiviteit van ten minste 80% van het in de betrokken periode voor het vissersvaartuig toegekende aantal zeedagen op grond van: artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2000;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2000;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2001;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2001;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2002;
artikel 4, eerste lid, van de Zeedagenregeling 2002;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2000;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2000;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2001;
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Zeedagenregeling 2001;
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling zeedagen 2002;
artikel 4, eerste lid, van de Zeedagenregeling 2002;
c. dat, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment E, in elk van de aan de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden is gebruikt voor een visserij-activiteit van ten minste 75 zeedagen;
d. ten aanzien waarvan op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening op grond van artikel 4, tweede en derde lid, van de Regeling visserijlicentie een visvergunning is toegekend;
e. ten aanzien waarvan, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment B, C of D, op de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een geldige licentie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling visserijlicentie is toegekend;
f. ten behoeve waarvan, voor zover het een vissersvaartuig betreft dat behoort tot segment E, aan de aanvrager een geldige garnalenvergunning is verleend, en
g. dat op de datum van de indiening van aanvraag tot subsidieverlening i. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een tonnage heeft van 22BT of meer en nog geen 30 jaar oud is, of
ii. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een tonnage heeft van 22 BT of meer,
i. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een tonnage heeft van 22BT of meer en nog geen 30 jaar oud is, of
ii. ingeval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een tonnage heeft van 22 BT of meer,
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel g, kan een subsidie, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden verleend ten aanzien van een vissersvaartuig, dat definitief wordt bestemd voor de instandhouding van historisch erfgoed op het grondgebied van een lidstaat dan wel voor visserijonderzoek of opleiding door een overheidsinstantie of een aan de overheid gelieerde instantie van een lidstaat, of voor controle op de visserijactiviteiten met name door een derde land.
3. Indien het betreffende vissersvaartuig behoort tot segment E, kan slechts subsidie worden verleend indien de aanvrager overeenkomstig artikel 6, tweede lid, onderdeel d, afstand doet van de garnalenvergunning.
4. De subsidieverlening wordt geweigerd indien:
a. voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig reeds uit andere hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is of wordt verstrekt, of
b. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie heeft plaatsgevonden alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd;
c. het vissersvaartuig behoort tot segment E en de ten aanzien van dat vissersvaartuig verleende garnalenvergunning eerder was verleend ten aanzien van een vissersvaartuig waarvan de visserij-activiteiten in de wateren van de Europese Unie definitief zijn beëindigd en daarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij naar aanleiding van een aanvraag die is ingediend in de periode van 1 januari tot 1 maart 2001.