BWBR0013242
Geldig vanaf 2001-12-23
Artikel 7
Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001
1. De correctiefactor dunheid wordt berekend door:
a. het aantal inwoners te delen door de oppervlakte land: dit is de bevolkingsdichtheid land per concessieverlener. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde bevolkingsdichtheid van Nederland berekend;
b. voor elk van de overheden de uitkomsten van onderdeel a de tweedemachtswortel te nemen;
c. de uitkomsten van onderdeel b voor elke concessieverlener te vermenigvuldigen met de parameter `dunheid b1', ter waarde van 0,02;
d. de uitkomsten van onderdeel c van het getal 1 af te trekken;
e. bij de uitkomsten van onderdeel d de jaarlijks te berekenen parameter `dunheid b2' op te tellen. Deze parameter is afhankelijk van de waarden van het structuurkenmerk `bevolkingsdichtheid'; de parameter is opgenomen in bijlage 3, onderdeel c;
2. De correctiefactor dichtheid wordt berekend door:
a. de gemiddelde omgevingsadressendichtheid per concessieverlener te bepalen door per gemeente de omgevingsadressendichtheid te vermenigvuldigen met het aantal woningen en de som van de uitkomsten te delen door de som van het aantal woningen per gemeente;
b. de omgevingsadressendichtheid per concessieverlener op te tellen bij de parameter `dichtheid', ter waarde van 15.000. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde omgevingsadressendichtheid van Nederland berekend;
c. de uitkomsten van onderdeel b per concessieverlener te delen door de uitkomst van onderdeel b voor Nederland.
a. het aantal inwoners te delen door de oppervlakte land: dit is de bevolkingsdichtheid land per concessieverlener. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde bevolkingsdichtheid van Nederland berekend;
b. voor elk van de overheden de uitkomsten van onderdeel a de tweedemachtswortel te nemen;
c. de uitkomsten van onderdeel b voor elke concessieverlener te vermenigvuldigen met de parameter `dunheid b1', ter waarde van 0,02;
d. de uitkomsten van onderdeel c van het getal 1 af te trekken;
e. bij de uitkomsten van onderdeel d de jaarlijks te berekenen parameter `dunheid b2' op te tellen. Deze parameter is afhankelijk van de waarden van het structuurkenmerk `bevolkingsdichtheid'; de parameter is opgenomen in bijlage 3, onderdeel c;
2. De correctiefactor dichtheid wordt berekend door:
a. de gemiddelde omgevingsadressendichtheid per concessieverlener te bepalen door per gemeente de omgevingsadressendichtheid te vermenigvuldigen met het aantal woningen en de som van de uitkomsten te delen door de som van het aantal woningen per gemeente;
b. de omgevingsadressendichtheid per concessieverlener op te tellen bij de parameter `dichtheid', ter waarde van 15.000. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde omgevingsadressendichtheid van Nederland berekend;
c. de uitkomsten van onderdeel b per concessieverlener te delen door de uitkomst van onderdeel b voor Nederland.