BWBR0013242
Geldig vanaf 2001-12-23
Artikel 2
Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001
1. De bijdrage die jaarlijks voor de aanvang van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft aan een concessieverlener wordt verleend, is voor het desbetreffende jaar opgenomen in bijlage 1. De hoogte van de bijdrage is het resultaat van de berekening, bedoeld in artikel 55 van het besluit, vermeerderd met de bedragen die zijn berekend op grond van de artikelen 6 tot en met 15.
2. Indien een besluit tot aanwijzing van een gemeente als bedoeld in artikel 39 Wet personenvervoer (Stcrt. 1997, 249) wordt ingetrokken, wordt de bijdrage van die gemeente verleend aan de provincie binnen wiens grondgebied die gemeente is gelegen.
3. Voor de exploitatie van openbaar vervoer in de gemeente, stelt de provincie de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, ter beschikking van die gemeente. Op de besteding van de bijdrage door de gemeente is artikel 18van toepassing.
2. Indien een besluit tot aanwijzing van een gemeente als bedoeld in artikel 39 Wet personenvervoer (Stcrt. 1997, 249) wordt ingetrokken, wordt de bijdrage van die gemeente verleend aan de provincie binnen wiens grondgebied die gemeente is gelegen.
3. Voor de exploitatie van openbaar vervoer in de gemeente, stelt de provincie de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, ter beschikking van die gemeente. Op de besteding van de bijdrage door de gemeente is artikel 18van toepassing.