BWBR0013241
Geldig vanaf 2001-12-23
Artikel 8
Vrijstellingsregeling mestafzet tuincentra en tuinbouwbedrijven Meststoffenwet
De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 2, die bij de erkenning van een mestverwerker of producent ten behoeve van de productie van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten wordt vastgesteld, is afhankelijk van de mate waarin de mestverwerker of producent naar het oordeel van de minister aannemelijk heeft gemaakt dat:
a. zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de te bewerken of verwerken dierlijke meststoffen in de vorm van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten kunnen worden afgezet naar bedrijven waar grondgebonden of niet-grondgebonden tuinbouw wordt uitgeoefend onderscheidenlijk naar tuincentra;
b. de capaciteit van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker of de producent toereikend is voor de bewerking of verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning is aangevraagd, en
c. de dierlijke meststoffen kunnen worden bewerkt of verwerkt op basis van de voor de installatie van de mestverwerker of voor het bedrijf van de producent verleende milieuvergunning.
a. zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de te bewerken of verwerken dierlijke meststoffen in de vorm van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten kunnen worden afgezet naar bedrijven waar grondgebonden of niet-grondgebonden tuinbouw wordt uitgeoefend onderscheidenlijk naar tuincentra;
b. de capaciteit van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker of de producent toereikend is voor de bewerking of verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning is aangevraagd, en
c. de dierlijke meststoffen kunnen worden bewerkt of verwerkt op basis van de voor de installatie van de mestverwerker of voor het bedrijf van de producent verleende milieuvergunning.