1. De mestverwerker die bij een aanvraag om een erkenning verzoekt een hoeveelheid dierlijke meststoffen ten behoeve van de productie van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten vast te stellen, is, voor zover het deze hoeveelheid betreft, vrijgesteld van:
a. de voorwaarden voor erkenning, bedoeld in artikel 58ae, derde lid, aanhef en onderdeel d, van de wet, en in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, c en f, en vierde lid, van het besluit, en
b. de verplichting opgenomen in artikel 12, eerste lid, aanhef, van het besluit tot het bij de aanvraag overleggen van het bewijsstuk van de registratie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van het besluit en van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het besluit.
2. De producent die bij een aanvraag om een erkenning verzoekt een hoeveelheid dierlijke meststoffen ten behoeve van de productie van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten vast te stellen, is, voor zover het deze hoeveelheid betreft, vrijgesteld van:
a. de voorwaarden voor erkenning, bedoeld in artikel 58ae, derde lid, onderdeel d, van de wet, en in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, c en f, en vierde lid, van het besluit in samenhang met artikel 8, van het besluit, en
b. de verplichting opgenomen in artikel 12, eerste lid, aanhef, van het besluit in samenhang met artikel 14 van het besluit tot het bij de aanvraag overleggen van het bewijsstuk van de registratie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van het besluit en van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het besluit.
3. De mestverwerker ten aanzien van wie bij de verlening van de erkenning overeenkomstig artikel 8een hoeveelheid dierlijke meststoffen is vastgesteld ten behoeve van de productie van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten, is vrijgesteld van artikel 58al van de wet, met dien verstande dat de hoeveelheid dierlijke meststoffen tot de aanvoer waarvan de erkende mestverwerker zich bij mestafzetovereenkomst verplicht, niet groter mag zijn dan de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 58ae, vijfde lid, van de wet, vermeerderd met de overeenkomstig artikel 8vastgestelde hoeveelheid dierlijke meststoffen.
4. De producent ten aanzien van wie bij de verlening van de erkenning overeenkomstig artikel 8een hoeveelheid dierlijke meststoffen is vastgesteld ten behoeve van de productie van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten, is vrijgesteld van:
a. de voorwaarde voor de toepassing van artikel 58ae, bedoeld in artikel 58ae, eerste lid, onderdeel c, onderdeel 3o, van de wet voor zover het betreft de verplichting dat de tot tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen rechtstreeks of door tussenkomst van een erkende exporteur buiten Nederland moeten worden afgezet, en
b. de beperkingen, genoemd in de artikelen 15, eerste lid, en 24, tweede lid, van het besluit, die ingevolge artikel 58ae, vierde lid, van de wet aan de erkenning zijn verbonden, met dien verstande dat artikel 58ae ten hoogste van toepassing is op de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 4 van het besluit, vermeerderd met de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde hoeveelheid dierlijke meststoffen.
5. De mestverwerker en de producent ten aanzien van wie bij de verlening van de erkenning overeenkomstig artikel 8een hoeveelheid dierlijke meststoffen is vastgesteld ten behoeve van de productie van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten, zijn, voor zover het deze hoeveelheid betreft, vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het besluit, tot het rechtstreeks of door tussenkomst van een erkende exporteur afzetten van de bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen buiten Nederland en van de verplichtingen genoemd in de artikelen 16, derde lid, voor zover het een mestverwerker betreft, en 23, tweede en vierde lid, en 24 van het besluit.