BWBR0013241
Geldig vanaf 2001-12-23
Artikel 11
Vrijstellingsregeling mestafzet tuincentra en tuinbouwbedrijven Meststoffenwet
1. De erkende mestverwerker en erkende producent dient jaarlijks vóór 1 september bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het besluit, een afzetplan in waarin hij de hoeveelheid dierlijke meststoffen vermeldt waarvoor hij ten behoeve van de productie van tuinbouwbemestingsproducten of tuinbemestingsproducten voor het komende kalenderjaar een vaststelling als bedoeld in artikel 2wenst en waarbij hij, met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 3, eerste lid, gegevens overlegt met betrekking tot de afzetmogelijkheden voor deze hoeveelheid dierlijke meststoffen in dat jaar.
2. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de overeenkomsten uiterlijk moeten zijn afgesloten op het moment van de indiening van het afzetplan.
3. Bij het afzetplan voegt de erkende mestverwerker of de erkende producent een verklaring dat nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van het besluit, met uitzondering van die voorwaarden waarvoor een vrijstelling geldt ingevolge artikel 4, en aan de voorwaarden uit artikel 6.
2. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de overeenkomsten uiterlijk moeten zijn afgesloten op het moment van de indiening van het afzetplan.
3. Bij het afzetplan voegt de erkende mestverwerker of de erkende producent een verklaring dat nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van het besluit, met uitzondering van die voorwaarden waarvoor een vrijstelling geldt ingevolge artikel 4, en aan de voorwaarden uit artikel 6.