BWBR0013196
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 6
Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM
1. Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 2luidt de ondertekening:
`de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze:
de (plv.) inspecteur-generaal',
dan wel, voortvloeiend uit de taakverdeling tussen de minister en de staatssecretaris:
`De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze: de (plv.) inspecteur-generaal', gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4, eerste lid, luidt de ondertekening:
`de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze, de inspecteur-generaal, o.l.',
dan wel, voortvloeiend uit de taakverdeling tussen de minister en de staatssecretaris:
`De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze: de inspecteur-generaal, o.l.',
gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
`de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze:
de (plv.) inspecteur-generaal',
dan wel, voortvloeiend uit de taakverdeling tussen de minister en de staatssecretaris:
`De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze: de (plv.) inspecteur-generaal', gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4, eerste lid, luidt de ondertekening:
`de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze, de inspecteur-generaal, o.l.',
dan wel, voortvloeiend uit de taakverdeling tussen de minister en de staatssecretaris:
`De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze: de inspecteur-generaal, o.l.',
gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.