BWBR0013196
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 5
Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM
1. De minister dan wel de staatssecretaris kan aanwijzingen geven over de uitoefening van het door hem verleende mandaat.
2. De inspecteur-generaal of de plaatsvervangend inspecteur-generaal verschaft de minister uit eigen beweging of op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van het verleend mandaat.
2. De inspecteur-generaal of de plaatsvervangend inspecteur-generaal verschaft de minister uit eigen beweging of op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van het verleend mandaat.