BWBR0013196
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 4
Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM
1. De inspecteur-generaal kan de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geheel of gedeeltelijk mandateren aan de regionale inspecteurs en de plaatsvervangend regionale inspecteurs.
2. De verlening van mandaat door de inspecteur-generaal krachtens deze regeling geschiedt schriftelijk.
2. De verlening van mandaat door de inspecteur-generaal krachtens deze regeling geschiedt schriftelijk.