BWBR0013008
Geldig vanaf 2001-12-01
Artikel 3:27
Wet arbeid en zorg
1. Met betrekking tot een uitkering op grond van deze paragraaf zijn de volgende artikelen van de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>en de op die artikelen berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing:
a. ter zake van het recht op uitkering: de artikelen 7a, 7b, 7c, 19, vierde en vijfde lid, 19a, 21a, 21b, 21c en 101g;
b. ter zake van herziening of intrekking: artikel 18;
c. vervallen;
d. ter zake van oproeping en ondervraging: de artikelen 41, eerste lid, en 42;
e. ter zake van maatregelen: de artikelen 45, artikel 46, eerste lid, onderdelen d en k, en 47;
f. ter zake van de inlichtingenverplichting: artikel 70;
g. ter zake van de uitvoering: artikel 81;
h. ter zake van de termijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet zijn beslist: artikel 96, eerste lid;
i. ter zake van het beroep in cassatie: artikel 98;
j. vervallen;
k. ter zake van terugvordering: artikel 63, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid van dat artikel, onder bij dat besluit te bepalen omstandigheden, een uitkering ter zake van vervanging niet wordt teruggevorderd;
l. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 66;
m. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 48, 54 en 54a;
n. ter zake van het afzien van het horen van de belanghebbende: artikel 95b.
2. De strafbepaling van <a href="/wet/BWBR0013060/artikel/84" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/56" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 56 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>is van overeenkomstige toepassing op een uitkering op grond van deze paragraaf met uitzondering van de uitkering ter zake van vervanging.
4. Ter zake van overlijden zijn de <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 1, tweede tot en met zevende lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/61" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">61</a>en <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/67" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67, onderdeel b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. het derde lid van artikel 61 wordt toegepast ongeacht of het recht op uitkering met ingang van de dag na het overlijden binnen een maand zou zijn geëindigd;
b. indien een uitkering is toegekend in de vorm van een uitkering ter zake van vervanging, de overlijdensuitkering wordt betaald overeenkomstig het eerste lid van artikel 61, als was de uitkering toegekend als uitkering in verband met zwangerschap en bevalling of adoptie. Het zevende lid van artikel 61 blijft daarbij buiten toepassing.
5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 45 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>indien de vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst of de vrouwelijke zelfstandige zich niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in artikel 3:22, eerste of derde lid.
6. Op de instelling, bedoeld in artikel 3:21, tweede lid, onderdeel b, is <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/70" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 70, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>van overeenkomstige toepassing.
a. ter zake van het recht op uitkering: de artikelen 7a, 7b, 7c, 19, vierde en vijfde lid, 19a, 21a, 21b, 21c en 101g;
b. ter zake van herziening of intrekking: artikel 18;
c. vervallen;
d. ter zake van oproeping en ondervraging: de artikelen 41, eerste lid, en 42;
e. ter zake van maatregelen: de artikelen 45, artikel 46, eerste lid, onderdelen d en k, en 47;
f. ter zake van de inlichtingenverplichting: artikel 70;
g. ter zake van de uitvoering: artikel 81;
h. ter zake van de termijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet zijn beslist: artikel 96, eerste lid;
i. ter zake van het beroep in cassatie: artikel 98;
j. vervallen;
k. ter zake van terugvordering: artikel 63, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid van dat artikel, onder bij dat besluit te bepalen omstandigheden, een uitkering ter zake van vervanging niet wordt teruggevorderd;
l. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 66;
m. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 48, 54 en 54a;
n. ter zake van het afzien van het horen van de belanghebbende: artikel 95b.
2. De strafbepaling van <a href="/wet/BWBR0013060/artikel/84" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/56" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 56 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>is van overeenkomstige toepassing op een uitkering op grond van deze paragraaf met uitzondering van de uitkering ter zake van vervanging.
4. Ter zake van overlijden zijn de <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 1, tweede tot en met zevende lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/61" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">61</a>en <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/67" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67, onderdeel b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. het derde lid van artikel 61 wordt toegepast ongeacht of het recht op uitkering met ingang van de dag na het overlijden binnen een maand zou zijn geëindigd;
b. indien een uitkering is toegekend in de vorm van een uitkering ter zake van vervanging, de overlijdensuitkering wordt betaald overeenkomstig het eerste lid van artikel 61, als was de uitkering toegekend als uitkering in verband met zwangerschap en bevalling of adoptie. Het zevende lid van artikel 61 blijft daarbij buiten toepassing.
5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 45 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>indien de vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst of de vrouwelijke zelfstandige zich niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in artikel 3:22, eerste of derde lid.
6. Op de instelling, bedoeld in artikel 3:21, tweede lid, onderdeel b, is <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/70" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 70, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>van overeenkomstige toepassing.