BWBR0012994
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 26
Bordenregeling
1. Een informatiemarkering wordt aangebracht op de rijbaan- of platformverharding en zodanig gepositioneerd dat de markering leesbaar is vanuit het gezichtspunt van de gezagvoerder van een naderend luchtvaartuig.
2. Indien een markering wordt gebruikt om een locatiebord te vervangen of aan te vullen heeft de informatiemarkering een geel opschrift. Bij onvoldoende contrast tussen de markering en de verharding wordt een zwarte achtergrond toegevoegd.
3. Indien een markering wordt gebruikt om een richtingbord of bestemmingsbord te vervangen of aan te vullen heeft de informatiemarkering een zwart opschrift. Bij onvoldoende contrast tussen de markering en de verharding wordt een gele achtergrond toegevoegd.
4. De hoogte van het opschrift bedraagt ten minste 4 m.
5. Vorm en afmetingen van het opschrift voldoen aan de normen als bedoeld in appendix 3 van bijlage 14 bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart (ICAO Annex 14). <
2. Indien een markering wordt gebruikt om een locatiebord te vervangen of aan te vullen heeft de informatiemarkering een geel opschrift. Bij onvoldoende contrast tussen de markering en de verharding wordt een zwarte achtergrond toegevoegd.
3. Indien een markering wordt gebruikt om een richtingbord of bestemmingsbord te vervangen of aan te vullen heeft de informatiemarkering een zwart opschrift. Bij onvoldoende contrast tussen de markering en de verharding wordt een gele achtergrond toegevoegd.
4. De hoogte van het opschrift bedraagt ten minste 4 m.
5. Vorm en afmetingen van het opschrift voldoen aan de normen als bedoeld in appendix 3 van bijlage 14 bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart (ICAO Annex 14). <