BWBR0012994
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 23
Bordenregeling
1. Bij een tussenliggende wachtpositie wordt een locatiebord geplaatst.
2. Indien zich meerdere tussenliggende wachtposities op dezelfde rijbaan bevinden, bevat het locatiebord de aanduiding van de rijbaan en een nummer.
3. Locatieborden worden geplaatst bij rijbanen welke aansluiten op een platform of zich achter een kruispunt bevinden. In afwijking van het bepaalde in artikel 16, derde lid, worden de locatieborden na een rijbaankruispunt aan de linker- of rechterzijde van de rijbaan geplaatst.
4. Een locatiebord bij een baanaanduidingsbord of baanklaringsbord wordt ten opzichte van de rijbaanhartlijn aan de buitenzijde van het betreffende bord geplaatst.
5. In het geval dat twee banen elkaar kruisen wordt geen locatiebord naast het baanaanduidingsbord geplaatst
6. Indien de richting van een rijbaan na een kruispunt significant verandert wordt naast het locatiebord een richtingbord geplaatst.
7. Bij combinatie van een locatiebord en één of meer richtingborden:
a. worden alle richtingborden met betrekking tot bochten naar links aan de linkerzijde van het locatiebord geplaatst en alle richtingborden met betrekking tot bochten naar rechts aan de rechterzijde van het locatiebord.
b. wordt in het geval dat de rijbaan wordt gekruist door een rijbaan met zowel links als rechts dezelfde benaming het locatiebord aan de linkerkant van het richtingbord geplaatst.
c. worden de richtingborden zo geplaatst dat de richting van de pijlen vanuit de verticale as met toenemende afwijking naar de corresponderende rijbanen wijzen.
d. worden de opschriften gescheiden door een verticale zwarte lijn in overeenstemming met bijlage B onder 7 indien op één bord meerdere opschriften zijn geplaatst.
8. Het opschrift op een locatiebord bestaat uit de aanduiding van de baan, rijbaan of andere verharding waarop het luchtvaartuig zich bevindt of die door het luchtvaartuig wordt ingereden.
2. Indien zich meerdere tussenliggende wachtposities op dezelfde rijbaan bevinden, bevat het locatiebord de aanduiding van de rijbaan en een nummer.
3. Locatieborden worden geplaatst bij rijbanen welke aansluiten op een platform of zich achter een kruispunt bevinden. In afwijking van het bepaalde in artikel 16, derde lid, worden de locatieborden na een rijbaankruispunt aan de linker- of rechterzijde van de rijbaan geplaatst.
4. Een locatiebord bij een baanaanduidingsbord of baanklaringsbord wordt ten opzichte van de rijbaanhartlijn aan de buitenzijde van het betreffende bord geplaatst.
5. In het geval dat twee banen elkaar kruisen wordt geen locatiebord naast het baanaanduidingsbord geplaatst
6. Indien de richting van een rijbaan na een kruispunt significant verandert wordt naast het locatiebord een richtingbord geplaatst.
7. Bij combinatie van een locatiebord en één of meer richtingborden:
a. worden alle richtingborden met betrekking tot bochten naar links aan de linkerzijde van het locatiebord geplaatst en alle richtingborden met betrekking tot bochten naar rechts aan de rechterzijde van het locatiebord.
b. wordt in het geval dat de rijbaan wordt gekruist door een rijbaan met zowel links als rechts dezelfde benaming het locatiebord aan de linkerkant van het richtingbord geplaatst.
c. worden de richtingborden zo geplaatst dat de richting van de pijlen vanuit de verticale as met toenemende afwijking naar de corresponderende rijbanen wijzen.
d. worden de opschriften gescheiden door een verticale zwarte lijn in overeenstemming met bijlage B onder 7 indien op één bord meerdere opschriften zijn geplaatst.
8. Het opschrift op een locatiebord bestaat uit de aanduiding van de baan, rijbaan of andere verharding waarop het luchtvaartuig zich bevindt of die door het luchtvaartuig wordt ingereden.