BWBR0012994
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 16
Bordenregeling
1. Informatieborden worden als volgt ingedeeld:
a. baanafritborden;
b. baanklaringsborden;
c. intersectie startborden;
d. bestemmingsborden;
e. richtingborden;
f. locatieborden; en
g. aanduidingsborden voor vliegtuigopstelplaatsen.
2. Informatieborden worden geplaatst indien er een operationele noodzaak bestaat om informatie te geven over een specifieke locatie of route.
3. Informatieborden worden geplaatst aan de linkerzijde van de rijbaan of baan. De afstand tot de verharding is in overeenstemming met kolom 5 of 6 van tabel 1 in bijlage A.
4. Bij een rijbaankruispunt worden de informatieborden voor het kruispunt in lijn met de tussenliggende wachtpositiemarkering geplaatst. Indien geen tussenliggende wachtpositiemarkering aanwezig is worden de borden op ten minste 60 meter van de hartlijn van de kruisende rijbaan geplaatst als het codecijfer 3 of 4 is en op ten minste 40 meter als het codecijfer 1 of 2 is.
5. Indien het door plaatselijke omstandigheden onmogelijk is om een informatiebord te plaatsen in overeenstemming met deze regeling wordt een informatiemarkering als bedoeld in artikel 26 aangebracht op de rijbaanverharding of platformverharding.
6. Informatieborden worden met uitzondering van locatieborden niet in combinatie met gebodsborden geplaatst.
7. Informatieborden hebben met uitzondering van locatieborden een zwart opschrift op een gele achtergrond.
8. Locatieborden hebben een geel opschrift op een zwarte achtergrond en zijn voorzien van een gele rand.
a. baanafritborden;
b. baanklaringsborden;
c. intersectie startborden;
d. bestemmingsborden;
e. richtingborden;
f. locatieborden; en
g. aanduidingsborden voor vliegtuigopstelplaatsen.
2. Informatieborden worden geplaatst indien er een operationele noodzaak bestaat om informatie te geven over een specifieke locatie of route.
3. Informatieborden worden geplaatst aan de linkerzijde van de rijbaan of baan. De afstand tot de verharding is in overeenstemming met kolom 5 of 6 van tabel 1 in bijlage A.
4. Bij een rijbaankruispunt worden de informatieborden voor het kruispunt in lijn met de tussenliggende wachtpositiemarkering geplaatst. Indien geen tussenliggende wachtpositiemarkering aanwezig is worden de borden op ten minste 60 meter van de hartlijn van de kruisende rijbaan geplaatst als het codecijfer 3 of 4 is en op ten minste 40 meter als het codecijfer 1 of 2 is.
5. Indien het door plaatselijke omstandigheden onmogelijk is om een informatiebord te plaatsen in overeenstemming met deze regeling wordt een informatiemarkering als bedoeld in artikel 26 aangebracht op de rijbaanverharding of platformverharding.
6. Informatieborden worden met uitzondering van locatieborden niet in combinatie met gebodsborden geplaatst.
7. Informatieborden hebben met uitzondering van locatieborden een zwart opschrift op een gele achtergrond.
8. Locatieborden hebben een geel opschrift op een zwarte achtergrond en zijn voorzien van een gele rand.