BWBR0012994
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 18
Bordenregeling
1. Een baanklaringsbord wordt geplaatst indien:
a. de baanafrit niet is voorzien van rijbaanhartlijnlichten; en
b. het noodzakelijk is om aan een gezagvoerder die de baan verlaat aan te geven waar de grens van het ILS/MLS kritische dan wel gevoelige gebied of de onderste begrenzing van het binnenste zijvlak zich bevindt.
2. In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 16, derde lid, wordt een baanklaringsbord ten minste aan één zijde van de rijbaan geplaatst. De afstand tussen het bord en de hartlijn van een baan is ten minste gelijk aan de grootste van:
a. de afstand tussen de hartlijn van de baan en de grens van het ILS/MLS kritische dan wel gevoelige gebied; of
b. de afstand tussen de hartlijn van de baan en de grens van het binnenste zijvlak.
3. Het opschrift op een baanklaringsbord bevat een afbeelding van de baanwachtpositiemarkering type "A".
a. de baanafrit niet is voorzien van rijbaanhartlijnlichten; en
b. het noodzakelijk is om aan een gezagvoerder die de baan verlaat aan te geven waar de grens van het ILS/MLS kritische dan wel gevoelige gebied of de onderste begrenzing van het binnenste zijvlak zich bevindt.
2. In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 16, derde lid, wordt een baanklaringsbord ten minste aan één zijde van de rijbaan geplaatst. De afstand tussen het bord en de hartlijn van een baan is ten minste gelijk aan de grootste van:
a. de afstand tussen de hartlijn van de baan en de grens van het ILS/MLS kritische dan wel gevoelige gebied; of
b. de afstand tussen de hartlijn van de baan en de grens van het binnenste zijvlak.
3. Het opschrift op een baanklaringsbord bevat een afbeelding van de baanwachtpositiemarkering type "A".