BWBR0012882
Geldig vanaf 2001-10-15
Artikel 7
Regeling onderhoud luchtvaartuigen
1. Met betrekking tot het onderhoud van een luchtvaartuig is de houder verplicht ervoor te zorgen, dat de minister op zijn verzoek wordt ingelicht omtrent het tijdstip, waarop met het onderhoud dan wel met bepaalde daartoe behorende werkzaamheden zal worden aangevangen.
2. Het onderhoud van een amateurbouwluchtvaartuig, een MLA, een MLH of een gemotoriseerd schermvliegtuig mag worden uitgevoerd door of onder toezicht van de houder van het luchtvaartuig, met uitzondering van het onderhoud aan de verplichte instrumenten, radio's, ELT’s en transponders.
3. Met uitzondering van het tweede lid geldt dat niet-complex onderhoud wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een daartoe bevoegde onderhoudstechnicus of door of onder toezicht van een daartoe geschikte erkenninghouder en dat complex onderhoud wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een daartoe geschikte erkenninghouder.
4. Een bevoegd onderhoudstechnicus mag onverminderd het derde lid, beperkt complex onderhoud uitvoeren zoals omschreven in Part M, wanneer hij voldoet aan de relevante eisen daarvoor zoals gesteld in Part M.
5. Het onderhoud van vliegtuigen met een maximaal toegelaten startmassa van ten minste 5700 kg en van helikopters met een maximaal toegelaten startmassa van ten minste 2730 kg, wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een daartoe geschikte erkenninghouder.
6. Het onderhoud van een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 1b, onderdeel c, wordt uitgevoerd door een daartoe erkend onderhoudsbedrijf.
7. Indien het onderhoudsbedrijf bedoeld in het zesde lid, een volgens bijlage II bij Verordening (EU) Nr. 1321/2014 erkende organisatie betreft, wordt het aanvullend onderhoud vrijgegeven met de volgende verklaring:
‘Certificaat van vrijgave voor gebruik, afgegeven ingevolge de bevoegdheid op grond van het door de Minister van Infrastructuur en Milieu afgegeven bewijs van toestemming nr ....’, dan wel
‘Certificate of release to service, released in accordance with the approval by the Minister of Infrastructure and the Environment of the Netherlands reference degree no. ...’.
8. Met betrekking tot het onderhoud aan een luchtvaartuig of luchtvaartuigonderdeel is de uitvoerder er voor verantwoordelijk:
a. dat de organisatie en inrichting van de bij het onderhoud betrokken werkplaatsen, de werkwijzen en controlemethoden, de gereedschappen, de onderhoudsdocumentatie, alsmede de kundigheid van het bij de werkzaamheden betrokken personeel, zodanig zijn dat een goede uitvoering van het onderhoud is gewaarborgd;
b. dat materialen, onderdelen en halfproducten, alsmede uitrustingsstukken alvorens deze bij het onderhoud te verwerken, zijn: 1º . geproduceerd volgens een goedgekeurd ontwerp, door of onder verantwoording van een houder van een daartoe strekkende erkenning, dan wel
2º . onderhouden volgens de aanwijzingen van de houder van het goedgekeurde ontwerp, door of onder de verantwoording van een houder van een daartoe strekkende bevoegdheid of erkenning;
1º . geproduceerd volgens een goedgekeurd ontwerp, door of onder verantwoording van een houder van een daartoe strekkende erkenning, dan wel
2º . onderhouden volgens de aanwijzingen van de houder van het goedgekeurde ontwerp, door of onder de verantwoording van een houder van een daartoe strekkende bevoegdheid of erkenning;
c. dat het luchtvaartuig na het onderhoud luchtwaardig zal zijn en zal voldoen aan de geluidseisen, door het uitvoeren of laten uitvoeren van de inspecties en proeven waaruit blijkt, dat: 1º. de vervaardigde delen ten minste gelijkwaardig zijn aan de te vervangen oorspronkelijke delen in deugdelijke toestand;
2º. de vervaardigingswijzen, de samenvoeging en de beproevingswijzen door de minister zijn goedgekeurd of als zodanig zijn aanvaard, en
3º. de werking van het luchtvaartuig juist is; en
1º. de vervaardigde delen ten minste gelijkwaardig zijn aan de te vervangen oorspronkelijke delen in deugdelijke toestand;
2º. de vervaardigingswijzen, de samenvoeging en de beproevingswijzen door de minister zijn goedgekeurd of als zodanig zijn aanvaard, en
3º. de werking van het luchtvaartuig juist is;
d. dat er een goede identificatie is van de ter vervanging bestemde onderdelen. Bedoelde onderdelen zijn zoveel mogelijk vergezeld van instructies voor het aanbrengen en gebruik daarvan.
9. Aan het bepaalde in het achtste lid wordt voldaan, indien het onderhoud wordt verricht door een houder van een daartoe strekkende erkenning.
2. Het onderhoud van een amateurbouwluchtvaartuig, een MLA, een MLH of een gemotoriseerd schermvliegtuig mag worden uitgevoerd door of onder toezicht van de houder van het luchtvaartuig, met uitzondering van het onderhoud aan de verplichte instrumenten, radio's, ELT’s en transponders.
3. Met uitzondering van het tweede lid geldt dat niet-complex onderhoud wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een daartoe bevoegde onderhoudstechnicus of door of onder toezicht van een daartoe geschikte erkenninghouder en dat complex onderhoud wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een daartoe geschikte erkenninghouder.
4. Een bevoegd onderhoudstechnicus mag onverminderd het derde lid, beperkt complex onderhoud uitvoeren zoals omschreven in Part M, wanneer hij voldoet aan de relevante eisen daarvoor zoals gesteld in Part M.
5. Het onderhoud van vliegtuigen met een maximaal toegelaten startmassa van ten minste 5700 kg en van helikopters met een maximaal toegelaten startmassa van ten minste 2730 kg, wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een daartoe geschikte erkenninghouder.
6. Het onderhoud van een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 1b, onderdeel c, wordt uitgevoerd door een daartoe erkend onderhoudsbedrijf.
7. Indien het onderhoudsbedrijf bedoeld in het zesde lid, een volgens bijlage II bij Verordening (EU) Nr. 1321/2014 erkende organisatie betreft, wordt het aanvullend onderhoud vrijgegeven met de volgende verklaring:
‘Certificaat van vrijgave voor gebruik, afgegeven ingevolge de bevoegdheid op grond van het door de Minister van Infrastructuur en Milieu afgegeven bewijs van toestemming nr ....’, dan wel
‘Certificate of release to service, released in accordance with the approval by the Minister of Infrastructure and the Environment of the Netherlands reference degree no. ...’.
8. Met betrekking tot het onderhoud aan een luchtvaartuig of luchtvaartuigonderdeel is de uitvoerder er voor verantwoordelijk:
a. dat de organisatie en inrichting van de bij het onderhoud betrokken werkplaatsen, de werkwijzen en controlemethoden, de gereedschappen, de onderhoudsdocumentatie, alsmede de kundigheid van het bij de werkzaamheden betrokken personeel, zodanig zijn dat een goede uitvoering van het onderhoud is gewaarborgd;
b. dat materialen, onderdelen en halfproducten, alsmede uitrustingsstukken alvorens deze bij het onderhoud te verwerken, zijn: 1º . geproduceerd volgens een goedgekeurd ontwerp, door of onder verantwoording van een houder van een daartoe strekkende erkenning, dan wel
2º . onderhouden volgens de aanwijzingen van de houder van het goedgekeurde ontwerp, door of onder de verantwoording van een houder van een daartoe strekkende bevoegdheid of erkenning;
1º . geproduceerd volgens een goedgekeurd ontwerp, door of onder verantwoording van een houder van een daartoe strekkende erkenning, dan wel
2º . onderhouden volgens de aanwijzingen van de houder van het goedgekeurde ontwerp, door of onder de verantwoording van een houder van een daartoe strekkende bevoegdheid of erkenning;
c. dat het luchtvaartuig na het onderhoud luchtwaardig zal zijn en zal voldoen aan de geluidseisen, door het uitvoeren of laten uitvoeren van de inspecties en proeven waaruit blijkt, dat: 1º. de vervaardigde delen ten minste gelijkwaardig zijn aan de te vervangen oorspronkelijke delen in deugdelijke toestand;
2º. de vervaardigingswijzen, de samenvoeging en de beproevingswijzen door de minister zijn goedgekeurd of als zodanig zijn aanvaard, en
3º. de werking van het luchtvaartuig juist is; en
1º. de vervaardigde delen ten minste gelijkwaardig zijn aan de te vervangen oorspronkelijke delen in deugdelijke toestand;
2º. de vervaardigingswijzen, de samenvoeging en de beproevingswijzen door de minister zijn goedgekeurd of als zodanig zijn aanvaard, en
3º. de werking van het luchtvaartuig juist is;
d. dat er een goede identificatie is van de ter vervanging bestemde onderdelen. Bedoelde onderdelen zijn zoveel mogelijk vergezeld van instructies voor het aanbrengen en gebruik daarvan.
9. Aan het bepaalde in het achtste lid wordt voldaan, indien het onderhoud wordt verricht door een houder van een daartoe strekkende erkenning.