BWBR0012809
Geldig vanaf 2006-07-05
Artikel 71
Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen
1. Indien een eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de houder dit gegeven overeenkomstig het tweede, derde, onderscheidenlijk vierde lid, melden aan de Gouverneur, dan wel de aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, van het besluit.
2. De melding van een mogelijke fraude vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van een mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het derde lid.
3. De melding van een vermissing vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd.
4. De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe aangewezen ambtenaar. De daartoe aangewezen ambtenaar maakt een kopie van deze verklaring.
5. De schriftelijke verklaring omtrent mogelijke fraude bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing, bedoeld in het derde lid, dan wel de kopie van de overgelegde schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het vierde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie waar de in het eerste lid bedoelde melding is gedaan.
6. Mogelijke fraude, vermissing of inname op andere gronden dan ingevolgde de wet door een daartoe bevoegde autoriteit van een uitgereikt reisdocument wordt terstond opgenomen in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven, waarbij een inname en mogelijke fraude worden opgenomen als een inhouding.
2. De melding van een mogelijke fraude vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van een mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het derde lid.
3. De melding van een vermissing vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd.
4. De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe aangewezen ambtenaar. De daartoe aangewezen ambtenaar maakt een kopie van deze verklaring.
5. De schriftelijke verklaring omtrent mogelijke fraude bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing, bedoeld in het derde lid, dan wel de kopie van de overgelegde schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het vierde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie waar de in het eerste lid bedoelde melding is gedaan.
6. Mogelijke fraude, vermissing of inname op andere gronden dan ingevolgde de wet door een daartoe bevoegde autoriteit van een uitgereikt reisdocument wordt terstond opgenomen in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven, waarbij een inname en mogelijke fraude worden opgenomen als een inhouding.