BWBR0012809
Geldig vanaf 2006-07-05
Artikel 44
Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen
1. Op de procedure voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator zijn artikel 34van deze regeling en artikel 2.1 van het besluitvan overeenkomstige toepassing.
2. Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.
3. Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruik gemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken en, indien de aanvraag wordt gedaan bij een aangewezen autoriteit als bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, van het besluit, van de gegevens die omtrent het gezag of de curatele in de basisadministratie van die autoriteit zijn opgenomen.
4. Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.
2. Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.
3. Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruik gemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken en, indien de aanvraag wordt gedaan bij een aangewezen autoriteit als bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, van het besluit, van de gegevens die omtrent het gezag of de curatele in de basisadministratie van die autoriteit zijn opgenomen.
4. Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.