BWBR0012809
Geldig vanaf 2006-07-05
Artikel 69
Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen
1. De autoriteit die een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een persoon die blijkens de in artikel 5bedoelde administratie in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, verzoekt ingevolge artikel 44, tweede lid, van de wetbij brief of per faxbericht aan de Gouverneur hem mede te delen of zulks nog steeds het geval is.
2. De Gouverneur verzoekt, hetzij na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling, hetzij indien hij zelf een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, terstond bij brief of per faxbericht aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem mede te delen of de desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen is opgenomen.
3. In afwijking van het eerste lid kan in spoedgevallen een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid ook met gebruikmaking van andere communicatiemiddelen worden gedaan, mits het daarna bij brief of per faxbericht wordt bevestigd.
4. De aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, van het besluit, die ingevolge artikel 44, derde lid, van de wetde in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet daartoe op de in het eerste en derde lid voorgeschreven wijze een verzoek aan de Gouverneur. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.
5. De Gouverneur verzoekt, hetzij na ontvangst van het in het vierde lid bedoelde verzoek, hetzij indien hij zelf een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, op de in het eerste en derde lid voorgeschreven wijze aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om toezending van de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van de betrokken persoon. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het tweede lid bedoelde verzoek worden gedaan.
2. De Gouverneur verzoekt, hetzij na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling, hetzij indien hij zelf een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, terstond bij brief of per faxbericht aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem mede te delen of de desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen is opgenomen.
3. In afwijking van het eerste lid kan in spoedgevallen een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid ook met gebruikmaking van andere communicatiemiddelen worden gedaan, mits het daarna bij brief of per faxbericht wordt bevestigd.
4. De aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, van het besluit, die ingevolge artikel 44, derde lid, van de wetde in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet daartoe op de in het eerste en derde lid voorgeschreven wijze een verzoek aan de Gouverneur. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.
5. De Gouverneur verzoekt, hetzij na ontvangst van het in het vierde lid bedoelde verzoek, hetzij indien hij zelf een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, op de in het eerste en derde lid voorgeschreven wijze aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om toezending van de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van de betrokken persoon. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het tweede lid bedoelde verzoek worden gedaan.