BWBR0012744
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 8
Regeling strafonderbreking jeugdigen
1. Strafonderbreking kan slechts worden gewijzigd en ingetrokken door de Minister van Veiligheid en Justitie.
2. In verband met gewijzigde omstandigheden of indien zich tijdens de strafonderbreking een incident voordoet, kan de Minister van Veiligheid en Justitie, afhankelijk van de aard van het incident, de reeds verleende strafonderbreking of het daarvan nog resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of nadere voorwaarden stellen.
3. De directeur stelt de Minister van Veiligheid en Justitie onverwijld van de gewijzigde omstandigheden of het incident in kennis.
4. Van een incident is in ieder geval sprake wanneer de jeugdige tijdens de strafonderbreking betrokken is bij een verstoring van de openbare orde of bij een strafbaar feit.
5. De Minister van Veiligheid en Justitie geeft de jeugdige een schriftelijke, voor zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling.
2. In verband met gewijzigde omstandigheden of indien zich tijdens de strafonderbreking een incident voordoet, kan de Minister van Veiligheid en Justitie, afhankelijk van de aard van het incident, de reeds verleende strafonderbreking of het daarvan nog resterende gedeelte intrekken, naar een ander tijdstip verplaatsen of nadere voorwaarden stellen.
3. De directeur stelt de Minister van Veiligheid en Justitie onverwijld van de gewijzigde omstandigheden of het incident in kennis.
4. Van een incident is in ieder geval sprake wanneer de jeugdige tijdens de strafonderbreking betrokken is bij een verstoring van de openbare orde of bij een strafbaar feit.
5. De Minister van Veiligheid en Justitie geeft de jeugdige een schriftelijke, voor zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling.