BWBR0012744
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 4
Regeling strafonderbreking jeugdigen
1. Aan de jeugdige kan strafonderbreking worden verleend voor onverwachte gebeurtenissen of omstandigheden in de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige, waarbij zijn aanwezigheid noodzakelijk is en het tijdelijk verlaten van de inrichting op grond van artikel 32 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingenonvoldoende mogelijkheden biedt.
2. Gebeurtenissen of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid zijn onder andere:
a. het in levensgevaar verkeren van een relatie;
b. het overlijden of de begrafenis van een relatie;
c. een bevalling van de jeugdige of diens partner;
d. het niet in staat zijn om naar de inrichting te reizen van een relatie.
3. In bijzondere omstandigheden kan de Minister van Veiligheid en Justitie toestaan dat de jeugdige aan wie strafonderbreking is verleend in het buitenland verblijft.
2. Gebeurtenissen of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid zijn onder andere:
a. het in levensgevaar verkeren van een relatie;
b. het overlijden of de begrafenis van een relatie;
c. een bevalling van de jeugdige of diens partner;
d. het niet in staat zijn om naar de inrichting te reizen van een relatie.
3. In bijzondere omstandigheden kan de Minister van Veiligheid en Justitie toestaan dat de jeugdige aan wie strafonderbreking is verleend in het buitenland verblijft.