BWBR0012744
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 3
Regeling strafonderbreking jeugdigen
1. Na ontvangst van het verzoek tot strafonderbreking wint de directeur alle benodigde inlichtingen en adviezen in. Inlichtingen van niet aan de inrichting verbonden artsen, psychiaters en psychologen kunnen slechts worden ingewonnen na schriftelijke toestemming van de jeugdige.
2. Betreft het een verzoek van een jeugdige ten aanzien van wie en voor zolang het openbaar ministerie een executie-indicator heeft geplaatst, dan vraagt de directeur het openbaar ministerie om advies.
3. De directeur adviseert de Minister van Veiligheid en Justitie omtrent de toekenning van strafonderbreking.
4. Alvorens aan de Minister van Veiligheid en Justitie advies uit te brengen hoort de directeur de jeugdige. Van het horen wordt aantekening gehouden.
2. Betreft het een verzoek van een jeugdige ten aanzien van wie en voor zolang het openbaar ministerie een executie-indicator heeft geplaatst, dan vraagt de directeur het openbaar ministerie om advies.
3. De directeur adviseert de Minister van Veiligheid en Justitie omtrent de toekenning van strafonderbreking.
4. Alvorens aan de Minister van Veiligheid en Justitie advies uit te brengen hoort de directeur de jeugdige. Van het horen wordt aantekening gehouden.