BWBR0012741
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 9
Regeling plaatsing en overplaatsing jeugdigen
1. In deze bepaling wordt onder jeugdige verstaan de jeugdige in voorlopige hechtenis, de jeugdige die tot een onherroepelijke vrijheidsstraf is veroordeeld, de jeugdige in gijzeling en de jeugdige in vreemdelingenbewaring.
2. Op voordracht van de directeur, dan wel op grond van een verzoek van de jeugdige als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, kan de selectiefunctionaris een jeugdige overplaatsen naar een andere inrichting.
3. Omstandigheden die aanleiding kunnen vormen voor overplaatsing zijn de gronden genoemd in artikel 24, eerste lid, onder a en b, van de weten met een tijdelijke overplaatsing niet kan volstaan.
4. De voordracht tot overplaatsing van de directeur bevat, indien beschikbaar, de rapportage over de uitvoering van het perspectiefplan, voor zover dit plan wettelijk is voorgeschreven, alsmede overige relevante informatie betreffende de jeugdige.
5. Indien de jeugdige een verzoek heeft ingediend als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wetverzoekt de selectiefunctionaris de directeur om advies.
6. De selectiefunctionaris neemt een beslissing tot overplaatsing met inachtneming van artikel 22c van de wet. Indien het een verzoek tot overplaatsing van de jeugdige betreft, neemt de selectiefunctionaris zijn besluit tevens met inachtneming van de voordracht dan wel het advies van de directeur en de stukken die bij die voordracht of dat advies zijn gevoegd.
2. Op voordracht van de directeur, dan wel op grond van een verzoek van de jeugdige als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, kan de selectiefunctionaris een jeugdige overplaatsen naar een andere inrichting.
3. Omstandigheden die aanleiding kunnen vormen voor overplaatsing zijn de gronden genoemd in artikel 24, eerste lid, onder a en b, van de weten met een tijdelijke overplaatsing niet kan volstaan.
4. De voordracht tot overplaatsing van de directeur bevat, indien beschikbaar, de rapportage over de uitvoering van het perspectiefplan, voor zover dit plan wettelijk is voorgeschreven, alsmede overige relevante informatie betreffende de jeugdige.
5. Indien de jeugdige een verzoek heeft ingediend als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wetverzoekt de selectiefunctionaris de directeur om advies.
6. De selectiefunctionaris neemt een beslissing tot overplaatsing met inachtneming van artikel 22c van de wet. Indien het een verzoek tot overplaatsing van de jeugdige betreft, neemt de selectiefunctionaris zijn besluit tevens met inachtneming van de voordracht dan wel het advies van de directeur en de stukken die bij die voordracht of dat advies zijn gevoegd.