BWBR0012741
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 8
Regeling plaatsing en overplaatsing jeugdigen
1. De selectiefunctionaris betrekt bij zijn beslissing tot plaatsing in een inrichting van een jeugdige aan wie de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd mede:
a. het plaatsingsadvies van de rechter die de maatregel heeft opgelegd, bedoeld in artikel 77v, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. het advies, bedoeld in artikel 77s, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, en
c. het advies van de inrichting waar de jeugdige verblijft.
2. Op voordracht van de directeur dan wel op grond van een verzoekschrift van de jeugdige als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, kan de selectiefunctionaris een jeugdige overplaatsen naar een andere inrichting. De voordracht tot overplaatsing van de directeur bevat tenminste een rapportage over de uitvoering van het perspectiefplan van de betrokken jeugdige. De directeur kan in zijn voordracht aangeven voor welke inrichting de jeugdige naar zijn mening in aanmerking zou komen.
3. Indien de jeugdige een verzoek heeft ingediend als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wetvraagt de selectiefunctionaris de directeur om advies.
4. De selectiefunctionaris neemt met inachtneming van de artikelen 22aen 22b van de weten op grond van de voordracht dan wel het advies van de directeur en de stukken die bij de voordracht of het advies zijn gevoegd en met inachtneming van artikel 12, zesde lid, van de weteen beslissing over de overplaatsing naar een afdeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a of b.
5. De selectiefunctionaris neemt de beslissing tot overplaatsing naar een afdeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, met inachtneming van artikel 22c van de wet.
6. De selectiefunctionaris neemt de beslissing tot overplaatsing naar een afdeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, met inachtneming van artikel 22d van de wet.
a. het plaatsingsadvies van de rechter die de maatregel heeft opgelegd, bedoeld in artikel 77v, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. het advies, bedoeld in artikel 77s, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, en
c. het advies van de inrichting waar de jeugdige verblijft.
2. Op voordracht van de directeur dan wel op grond van een verzoekschrift van de jeugdige als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, kan de selectiefunctionaris een jeugdige overplaatsen naar een andere inrichting. De voordracht tot overplaatsing van de directeur bevat tenminste een rapportage over de uitvoering van het perspectiefplan van de betrokken jeugdige. De directeur kan in zijn voordracht aangeven voor welke inrichting de jeugdige naar zijn mening in aanmerking zou komen.
3. Indien de jeugdige een verzoek heeft ingediend als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wetvraagt de selectiefunctionaris de directeur om advies.
4. De selectiefunctionaris neemt met inachtneming van de artikelen 22aen 22b van de weten op grond van de voordracht dan wel het advies van de directeur en de stukken die bij de voordracht of het advies zijn gevoegd en met inachtneming van artikel 12, zesde lid, van de weteen beslissing over de overplaatsing naar een afdeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a of b.
5. De selectiefunctionaris neemt de beslissing tot overplaatsing naar een afdeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, met inachtneming van artikel 22c van de wet.
6. De selectiefunctionaris neemt de beslissing tot overplaatsing naar een afdeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, met inachtneming van artikel 22d van de wet.