BWBR0012670
Geldig vanaf 2001-07-12
Artikel 8
Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw
1. De subsidieaanvraag wordt ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. in voorkomend geval, het aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende samenwerkingscontract, met daarin in elk geval een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband, alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende deelnemers;
b. een projectplan, inhoudende een beschrijving van de doelstellingen en achtergronden van het project, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering;
c. een op het project toegesneden voorlichtings- of onderwijsplan, waaruit onder meer blijkt dat de organisatie die met de uitvoering daarvan is belast beschikt over de terzake benodigde ervaring en expertise;
d. een verslag waaruit blijkt dat de aanvrager tijdens de voorbereiding van het project overleg heeft gepleegd met de, gelet op de doelstelling van het project, relevante vaktechnische, dienstverlenende, branche- of standsorganisaties;
e. een begroting van de kosten en een opgave van de financieringswijze van het project, en
f. in voorkomend geval, bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager, of de deelnemers aan het samenwerkingsverband, rechtspersonen zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. in voorkomend geval, het aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende samenwerkingscontract, met daarin in elk geval een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband, alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende deelnemers;
b. een projectplan, inhoudende een beschrijving van de doelstellingen en achtergronden van het project, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering;
c. een op het project toegesneden voorlichtings- of onderwijsplan, waaruit onder meer blijkt dat de organisatie die met de uitvoering daarvan is belast beschikt over de terzake benodigde ervaring en expertise;
d. een verslag waaruit blijkt dat de aanvrager tijdens de voorbereiding van het project overleg heeft gepleegd met de, gelet op de doelstelling van het project, relevante vaktechnische, dienstverlenende, branche- of standsorganisaties;
e. een begroting van de kosten en een opgave van de financieringswijze van het project, en
f. in voorkomend geval, bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager, of de deelnemers aan het samenwerkingsverband, rechtspersonen zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid.