BWBR0012670
Geldig vanaf 2001-07-12
Artikel 7
Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw
1. De minister kan één of meer aanvraagperioden vaststellen.
2. De minister kan per aanvraagperiode één of, indien uitvoering wordt gegeven aan het derde of vierde lid, meerdere subsidieplafonds vaststellen voor de verlening van subsidies ingevolge deze regeling.
3. De minister kan per aanvraagperiode besluiten dat slechts voor projecten inzake bepaalde thema's als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of door bepaalde categorieën aanvragers als bedoeld in artikel 2een aanvraag kan worden ingediend.
4. De minister kan per aanvraagperiode besluiten dat ter zake van één of meer thema's als bedoeld in artikel 3, eerste lid, slechts aanvragen voor projecten kunnen worden ingediend die betrekking hebben op door de minister bij dat besluit vast te stellen subthema's.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 10, eerste lidkan de minister nader bepalen dat bij de beoordeling, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, prioriteit wordt gegeven aan projecten inzake bepaalde thema's als bedoeld in artikel 3, eerste lid, danwel de per openstelling eventueel te benoemen subthema's, bedoeld in het vierde lid.
6. De minister maakt de besluiten, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, bekend in de Staatscourant.
2. De minister kan per aanvraagperiode één of, indien uitvoering wordt gegeven aan het derde of vierde lid, meerdere subsidieplafonds vaststellen voor de verlening van subsidies ingevolge deze regeling.
3. De minister kan per aanvraagperiode besluiten dat slechts voor projecten inzake bepaalde thema's als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of door bepaalde categorieën aanvragers als bedoeld in artikel 2een aanvraag kan worden ingediend.
4. De minister kan per aanvraagperiode besluiten dat ter zake van één of meer thema's als bedoeld in artikel 3, eerste lid, slechts aanvragen voor projecten kunnen worden ingediend die betrekking hebben op door de minister bij dat besluit vast te stellen subthema's.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 10, eerste lidkan de minister nader bepalen dat bij de beoordeling, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, prioriteit wordt gegeven aan projecten inzake bepaalde thema's als bedoeld in artikel 3, eerste lid, danwel de per openstelling eventueel te benoemen subthema's, bedoeld in het vierde lid.
6. De minister maakt de besluiten, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, bekend in de Staatscourant.