BWBR0012617
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 12
Regeling varkenssperma
1. De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de in artikel 3, tweede lid, van het besluitbedoelde voorschriften niet worden nageleefd dan wel dat niet voldaan wordt aan artikel 11, tweede lid, en artikel 14, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen.
2. De minister schorst de verleende erkenning, indien:
a. een of meer van de krachtens Bijlage B, Hoofdstuk II van richtlijn 90/429/EEG uit te voeren routinetests een positief resultaat heeft opgeleverd;
b. het varkensspermawincentrum is gelegen in een gebied waarvoor beperkingen gelden op grond van de communautaire regelgeving inzake besmettelijke ziekten bij varkens dan wel op grond van Hoofdstuk II, Afdeling 3, van de wet, of
c. het varkensspermawincentrum de status vrij van ziekte van Aujeszky verliest.
3. De in het tweede lid bedoelde schorsing wordt opgeheven:
a. voorzover deze het gevolg was van de in het tweede lid, onder a, bedoelde omstandigheid, indien de gezondheidsstatus van het varkensspermawincentrum is hersteld;
b. voorzover deze het gevolg was van de in het tweede lid, onder b, bedoelde omstandigheid, indien de in dat onderdeel bedoelde beperkingen zijn opgeheven, of
c. voorzover deze het gevolg was van de in het tweede lid, onder c, bedoelde omstandigheid, indien 30 dagen verstreken zijn, nadat het varkensspermawincentrum de status vrij van ziekte van Aujeszky heeft herkregen.
4. Indien de erkenning ingevolge dit artikel is ingetrokken of is geschorst, kan de minister gelasten dat het in de door hem vast te stellen periode direct voorafgaand aan de intrekking of schorsing aanwezige of gewonnen sperma, in tijdelijke afzondering wordt geplaatst dan wel wordt vernietigd, met inachtneming van diens aanwijzingen, zonder vergoeding van Staatswege en voor rekening van de exploitant van het varkensspermawincentrum.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op van andere varkensspermawincentra afkomstig sperma dat is behandeld of opgeslagen in de in artikel 5, eerste lid, onder g en h, bedoelde ruimten van het varkensspermawincentrum, waarvan de erkenning is geschorst of is ingetrokken.
6. Onverminderd het eerste lid wordt de erkenning ingetrokken indien niet voldaan wordt aan de krachtens het vierde lid gelaste maatregelen.
2. De minister schorst de verleende erkenning, indien:
a. een of meer van de krachtens Bijlage B, Hoofdstuk II van richtlijn 90/429/EEG uit te voeren routinetests een positief resultaat heeft opgeleverd;
b. het varkensspermawincentrum is gelegen in een gebied waarvoor beperkingen gelden op grond van de communautaire regelgeving inzake besmettelijke ziekten bij varkens dan wel op grond van Hoofdstuk II, Afdeling 3, van de wet, of
c. het varkensspermawincentrum de status vrij van ziekte van Aujeszky verliest.
3. De in het tweede lid bedoelde schorsing wordt opgeheven:
a. voorzover deze het gevolg was van de in het tweede lid, onder a, bedoelde omstandigheid, indien de gezondheidsstatus van het varkensspermawincentrum is hersteld;
b. voorzover deze het gevolg was van de in het tweede lid, onder b, bedoelde omstandigheid, indien de in dat onderdeel bedoelde beperkingen zijn opgeheven, of
c. voorzover deze het gevolg was van de in het tweede lid, onder c, bedoelde omstandigheid, indien 30 dagen verstreken zijn, nadat het varkensspermawincentrum de status vrij van ziekte van Aujeszky heeft herkregen.
4. Indien de erkenning ingevolge dit artikel is ingetrokken of is geschorst, kan de minister gelasten dat het in de door hem vast te stellen periode direct voorafgaand aan de intrekking of schorsing aanwezige of gewonnen sperma, in tijdelijke afzondering wordt geplaatst dan wel wordt vernietigd, met inachtneming van diens aanwijzingen, zonder vergoeding van Staatswege en voor rekening van de exploitant van het varkensspermawincentrum.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op van andere varkensspermawincentra afkomstig sperma dat is behandeld of opgeslagen in de in artikel 5, eerste lid, onder g en h, bedoelde ruimten van het varkensspermawincentrum, waarvan de erkenning is geschorst of is ingetrokken.
6. Onverminderd het eerste lid wordt de erkenning ingetrokken indien niet voldaan wordt aan de krachtens het vierde lid gelaste maatregelen.