BWBR0012617
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 6
Regeling varkenssperma
1. Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 2, van richtlijn 90/429/EEGzijn de in het varkensspermawincentrum aanwezige beren, onverminderd de krachtens het Besluit identificatie en registratie van dierengestelde regels, voorzien van een onverbrekelijk met het dier verbonden, goed leesbaar nummer aan de hand waarvan de betrokken beer individueel geïdentificeerd kan worden en beschikt het varkensspermawincentrum over een door de keuringsdierenarts vanuit één plaats op het varkensspermawincentrum te raadplegen register, dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze met betrekking tot elk varken kan worden afgeleid:
a. het ras;
b. de geboortedatum;
c. het identificatienummer;
d. gegevens inzake de uitgevoerde vaccinaties;
e. gegevens uit het ziekte/gezondheidsdossier;
f. de datum van toelating op het varkensspermawincentrum;
g. de quarantaineruimte dan wel het varkensspermawincentrum van waaruit het varken afkomstig is;
h. de beslagen of bedrijven waar het varken voordat het in de in onderdeel g bedoelde ruimte werd binnengebracht, heeft verbleven, en
i. de gegevens, waaronder de laboratoriumuitslagen, onder vermelding van de datum, betreffende de in Bijlage B van richtlijn 90/429/EEG voorgeschreven tests.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden tot één jaar na afvoer van het betrokken varken bewaard.
3. Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 6, onderdeel g, van richtlijn 90/429/EEG, zijn op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de navolgende gegevens zijn vermeld:
a. het identificatienummer van het betrokken sperma;
b. de datum waarop het sperma verkregen is;
c. het identificatienummer van de beer waarvan het sperma is gewonnen, en
d. het identificatienummer van het varkensspermawincentrum.
a. het ras;
b. de geboortedatum;
c. het identificatienummer;
d. gegevens inzake de uitgevoerde vaccinaties;
e. gegevens uit het ziekte/gezondheidsdossier;
f. de datum van toelating op het varkensspermawincentrum;
g. de quarantaineruimte dan wel het varkensspermawincentrum van waaruit het varken afkomstig is;
h. de beslagen of bedrijven waar het varken voordat het in de in onderdeel g bedoelde ruimte werd binnengebracht, heeft verbleven, en
i. de gegevens, waaronder de laboratoriumuitslagen, onder vermelding van de datum, betreffende de in Bijlage B van richtlijn 90/429/EEG voorgeschreven tests.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden tot één jaar na afvoer van het betrokken varken bewaard.
3. Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 6, onderdeel g, van richtlijn 90/429/EEG, zijn op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de navolgende gegevens zijn vermeld:
a. het identificatienummer van het betrokken sperma;
b. de datum waarop het sperma verkregen is;
c. het identificatienummer van de beer waarvan het sperma is gewonnen, en
d. het identificatienummer van het varkensspermawincentrum.