BWBR0010619
Geldig vanaf 2001-06-29
Artikel 3
Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra
1. Winning van varkenssperma geschiedt uitsluitend in een door Onze Minister erkend varkensspermawincentrum.
2. De erkenning, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien het varkensspermawincentrum voldoet aan Bijlage A, de overige relevante bepalingen van richtlijn 90/429/EEGen de ter uitvoering van deze richtlijn krachtens het derde lid gestelde regels alsmede indien de op het varkensspermawincentrum aanwezige beren voldoen aan bijlage B van richtlijn 90/429/EEG.
3. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van richtlijn 90/429/EEGnadere regels gesteld worden met betrekking tot onder meer:
a. de individuele identificatie en registratie van op het spermawincentrum aanwezige beren;
b. de identificatie en registratie van op het varkensspermawincentrum aanwezig varkenssperma;
c. de inrichting;
d. de administratie, en
e. de bedrijfsvoering van het spermawincentrum.
4. Aan een erkend varkensspermawincentrum wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
5. Onze Minister kan de erkenning, bedoeld in het eerste lid, intrekken of schorsen indien niet wordt voldaan aan de regels, bedoeld in het tweede en derde lid.
6. Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij Onze Minister.
7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent het indienen van een aanvraag.
2. De erkenning, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien het varkensspermawincentrum voldoet aan Bijlage A, de overige relevante bepalingen van richtlijn 90/429/EEGen de ter uitvoering van deze richtlijn krachtens het derde lid gestelde regels alsmede indien de op het varkensspermawincentrum aanwezige beren voldoen aan bijlage B van richtlijn 90/429/EEG.
3. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van richtlijn 90/429/EEGnadere regels gesteld worden met betrekking tot onder meer:
a. de individuele identificatie en registratie van op het spermawincentrum aanwezige beren;
b. de identificatie en registratie van op het varkensspermawincentrum aanwezig varkenssperma;
c. de inrichting;
d. de administratie, en
e. de bedrijfsvoering van het spermawincentrum.
4. Aan een erkend varkensspermawincentrum wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
5. Onze Minister kan de erkenning, bedoeld in het eerste lid, intrekken of schorsen indien niet wordt voldaan aan de regels, bedoeld in het tweede en derde lid.
6. Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij Onze Minister.
7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent het indienen van een aanvraag.