BWBR0012617
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 5
Regeling varkenssperma
1. Aan Bijlage A, Hoofdstuk I, punt 2, 3 en 4, van richtlijn 90/429/EEGis voldaan, indien het varkensspermawincentrum binnen de kadastrale eenheden waarop het varkensspermawincentrum is gesitueerd, de beschikking heeft over:
a. een stalruimte voor de dagelijkse huisvesting en verzorging van de varkens, die op effiiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum;
b. een stalruimte voor de tijdelijke afzondering van varkens die wegens veterinaire redenen van productie zijn uitgesloten, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum;
c. een voor het winnen van sperma ingerichte ruimte, die zich bevindt in de in onderdeel a bedoelde stalruimte dan wel in een afzonderlijke hiertoe bestemde ruimte, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum en waarvan zich in de directe omgeving faciliteiten voor de reiniging en ontsmetting van de bij de spermaverkrijging te gebruiken voorzieningen bevinden;
d. een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van de gebruikte materialen;
e. voor varkens ontoegankelijke ruimten voor de opslag van voer, kleding en medicijnen alsmede voor de bij de verkrijging, bewerking en opslag van sperma te gebruiken materialen;
f. een aan- en afvoervoorziening voor beren, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten van het varkensspermawincentrum en die uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de aan- en afvoer van varkens;
g. een ruimte voor de behandeling van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum is geïsoleerd, en
h. een ruimte voor de opslag en distributie van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum is geïsoleerd.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen de onder g en h bedoelde ruimten zich bevinden op een afzonderlijke kadastrale eenheid.
3. In de in het tweede lid bedoelde situatie is artikel 4op deze ruimten van overeenkomstige toepassing.
a. een stalruimte voor de dagelijkse huisvesting en verzorging van de varkens, die op effiiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum;
b. een stalruimte voor de tijdelijke afzondering van varkens die wegens veterinaire redenen van productie zijn uitgesloten, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum;
c. een voor het winnen van sperma ingerichte ruimte, die zich bevindt in de in onderdeel a bedoelde stalruimte dan wel in een afzonderlijke hiertoe bestemde ruimte, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum en waarvan zich in de directe omgeving faciliteiten voor de reiniging en ontsmetting van de bij de spermaverkrijging te gebruiken voorzieningen bevinden;
d. een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van de gebruikte materialen;
e. voor varkens ontoegankelijke ruimten voor de opslag van voer, kleding en medicijnen alsmede voor de bij de verkrijging, bewerking en opslag van sperma te gebruiken materialen;
f. een aan- en afvoervoorziening voor beren, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten van het varkensspermawincentrum en die uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de aan- en afvoer van varkens;
g. een ruimte voor de behandeling van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum is geïsoleerd, en
h. een ruimte voor de opslag en distributie van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het varkensspermawincentrum is geïsoleerd.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen de onder g en h bedoelde ruimten zich bevinden op een afzonderlijke kadastrale eenheid.
3. In de in het tweede lid bedoelde situatie is artikel 4op deze ruimten van overeenkomstige toepassing.