BWBR0012558
Geldig vanaf 30-06-2001
Artikel 10
Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking 2001
1. De verwerker, die in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde regeling, bevroren rundvlees aanvoert op zijn bedrijf, dient dit tenminste 2 werkdagen voor het tijdstip van aanvoer schriftelijk te melden aan het productschap.
2. De verwerker, die beoogt over te gaan tot verwerking van bevroren rundvlees in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde regeling, dient dit tenminste 2 werkdagen voor het tijdstip van aanvang van de productie aan het productschap schriftelijk te melden.
3. De verwerker is verplicht tijdens een eerste proefbereiding een daartoe door de voorzitter gemachtigde functionaris van het productschap aanwezig te laten zijn. Aan de hand van de eerste proefbereiding wordt door de functionaris een rendement berekend. Het productschap is te allen tijde gerechtigd een nieuwe proefbereiding verplicht te stellen.
4. Indien uit de proefbereiding blijkt dat het bereide product niet valt onder A-product of B-product wordt de op basis van artikel 10 verleende toestemming ingetrokken.
5. Indien de grondstoffen, gebruikt voor de productie van A- of B-producten naar hun aard of kwaliteit duidelijk afwijken van de bij de proefbereiding verwerkte grondstoffen, dient aan het productschap hiervan mededeling te worden gedaan en voorafgaande aan de verwerking van deze grondstoffen een nieuwe proefbereiding plaats te vinden in aanwezigheid van functionarissen van het productschap.
2. De verwerker, die beoogt over te gaan tot verwerking van bevroren rundvlees in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde regeling, dient dit tenminste 2 werkdagen voor het tijdstip van aanvang van de productie aan het productschap schriftelijk te melden.
3. De verwerker is verplicht tijdens een eerste proefbereiding een daartoe door de voorzitter gemachtigde functionaris van het productschap aanwezig te laten zijn. Aan de hand van de eerste proefbereiding wordt door de functionaris een rendement berekend. Het productschap is te allen tijde gerechtigd een nieuwe proefbereiding verplicht te stellen.
4. Indien uit de proefbereiding blijkt dat het bereide product niet valt onder A-product of B-product wordt de op basis van artikel 10 verleende toestemming ingetrokken.
5. Indien de grondstoffen, gebruikt voor de productie van A- of B-producten naar hun aard of kwaliteit duidelijk afwijken van de bij de proefbereiding verwerkte grondstoffen, dient aan het productschap hiervan mededeling te worden gedaan en voorafgaande aan de verwerking van deze grondstoffen een nieuwe proefbereiding plaats te vinden in aanwezigheid van functionarissen van het productschap.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012558
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl