BWBR0012454
Geldig vanaf 2001-05-23
Artikel 6
Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerking
1. De uitvoerder verstrekt bij de aanvraag om subsidieverlening voor een programma een meerjarenactiviteitenplan en een daarbij aansluitende meerjarenraming. Beide stukken zien op de gehele looptijd van het programma tenzij het programma is opgebouwd uit fases of onderdelen. In dat geval dient de uitvoerder een meerjarenactiviteitenplan met bijbehorende meerjarenraming in per fase of onderdeel tenzij de minister hiertoe anders besluit.
2. De uitvoerder dient gedurende het tijdvak van het programma voor de aanvang van elk programmajaar een voor dat jaar geldend activiteitenplan in met bijbehorende begroting, tenzij daaraan naar het oordeel van de Minister geen behoefte bestaat.
2. De uitvoerder dient gedurende het tijdvak van het programma voor de aanvang van elk programmajaar een voor dat jaar geldend activiteitenplan in met bijbehorende begroting, tenzij daaraan naar het oordeel van de Minister geen behoefte bestaat.