BWBR0012454
Geldig vanaf 2001-05-23
Artikel 5
Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerking
1. De minister kan de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot subsidiëring van in het kader van een programma op te starten projecten delegeren.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, wordt de delegatie als verplichting bij het besluit tot subsidieverlening aan de uitvoerder opgelegd.
3. Indien de uitvoerder bij de uitoefening van de delegatiebevoegdheid het door de minister beschikbaar gestelde subsidiebedrag overschrijdt, dan komt die overschrijding geheel voor rekening van de uitvoerder. In afwijking van de vorige volzin kan de minister op verzoek van de uitvoerder besluiten dat een deel of het geheel van de overschrijding niet voor rekening van de uitvoerder komt. De minister neemt een verzoek alleen in behandeling als de uitvoerder vóór de overschrijding hiervan melding heeft gedaan aan de minister. Bij het verzoek geeft de uitvoerder opgaaf van de reden van overschrijding.
4. De minister bepaalt bij zijn besluit tot subsidieverlening de looptijd gedurende welke de uitvoerder bevoegd is tot het aangaan van nieuwe verplichtingen. Indien door de uitvoerder besluiten worden genomen waaruit verplichtingen tot subsidiëring volgen die eerst ingaan na afloop van de in het besluit tot subsidieverlening bepaalde looptijd, dan komen de financiële consequenties geheel voor rekening van de uitvoerder tenzij de minister hiertoe anders besluit.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, wordt de delegatie als verplichting bij het besluit tot subsidieverlening aan de uitvoerder opgelegd.
3. Indien de uitvoerder bij de uitoefening van de delegatiebevoegdheid het door de minister beschikbaar gestelde subsidiebedrag overschrijdt, dan komt die overschrijding geheel voor rekening van de uitvoerder. In afwijking van de vorige volzin kan de minister op verzoek van de uitvoerder besluiten dat een deel of het geheel van de overschrijding niet voor rekening van de uitvoerder komt. De minister neemt een verzoek alleen in behandeling als de uitvoerder vóór de overschrijding hiervan melding heeft gedaan aan de minister. Bij het verzoek geeft de uitvoerder opgaaf van de reden van overschrijding.
4. De minister bepaalt bij zijn besluit tot subsidieverlening de looptijd gedurende welke de uitvoerder bevoegd is tot het aangaan van nieuwe verplichtingen. Indien door de uitvoerder besluiten worden genomen waaruit verplichtingen tot subsidiëring volgen die eerst ingaan na afloop van de in het besluit tot subsidieverlening bepaalde looptijd, dan komen de financiële consequenties geheel voor rekening van de uitvoerder tenzij de minister hiertoe anders besluit.