BWBR0012454
Geldig vanaf 2001-05-23
Artikel 13
Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerking
1. De uitvoerder is verantwoordelijk voor het door hem uitgevoerde programma dan wel de fase of het onderdeel daarvan waarvoor aan hem subsidie is verleend.
2. Bij de subsidieverlening kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de uitvoering waaronder de verplichting tot het bijhouden van een sluitende projectadministratie, het houden van open inschrijvingen en het betrekken van andere partijen bij de uitvoering van het programma.
3. Indien aan een uitvoerder de bevoegdheid tot het subsidiëren van projecten is gedelegeerd, dan stelt de uitvoerder uiterlijk 26 weken na afloop van het programma bij alle projecten de subsidie vast. Bij subsidieverlening per fase of onderdeel van een programma, stelt de uitvoerder uiterlijk 26 weken na afloop van de desbetreffende fase of het desbetreffende onderdeel bij alle projecten de subsidie vast. Op verzoek van de uitvoerder kan de minister de termijn van 26 weken verlengen.
4. Indien in het programma, dan wel een fase of een onderdeel van een programma, is gericht op het behalen van een bepaald resultaat, dan kan bij de subsidieverlening aan de uitvoerder de verplichting worden opgelegd om garant te staan voor het behalen van dat resultaat.
2. Bij de subsidieverlening kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de uitvoering waaronder de verplichting tot het bijhouden van een sluitende projectadministratie, het houden van open inschrijvingen en het betrekken van andere partijen bij de uitvoering van het programma.
3. Indien aan een uitvoerder de bevoegdheid tot het subsidiëren van projecten is gedelegeerd, dan stelt de uitvoerder uiterlijk 26 weken na afloop van het programma bij alle projecten de subsidie vast. Bij subsidieverlening per fase of onderdeel van een programma, stelt de uitvoerder uiterlijk 26 weken na afloop van de desbetreffende fase of het desbetreffende onderdeel bij alle projecten de subsidie vast. Op verzoek van de uitvoerder kan de minister de termijn van 26 weken verlengen.
4. Indien in het programma, dan wel een fase of een onderdeel van een programma, is gericht op het behalen van een bepaald resultaat, dan kan bij de subsidieverlening aan de uitvoerder de verplichting worden opgelegd om garant te staan voor het behalen van dat resultaat.