BWBR0012454
Geldig vanaf 2001-05-23
Artikel 18
Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerking
1. Bij subsidieverlening voor de uitvoering van een programma, dient de uitvoerder na afloop van het programma een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Bij subsidieverlening voor de uitvoering van een fase of een onderdeel van een programma, dient de uitvoerder na afloop van de fase of het onderdeel een aanvraag tot subsidievaststelling in.
2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dient de uitvoerder een verslag van activiteiten en een financieel verslag in.
3. Het verslag van activiteiten omvat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. Voorzover van toepassing bevat het verslag tevens een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten en de feitelijke realisatie.
4. Het financieel verslag geeft inzicht in het feitelijke verloop van de inkomsten en uitgaven gedurende de looptijd van het programma en het eindsaldo. Indien de uitvoerder op basis van een gedelegeerde bevoegdheid projecten heeft gesubsidieerd, dan geeft de eindafrekening inzicht in het saldo zoals dat na de vaststelling van voor de projecten verstrekte subsidiebedragen kan worden opgemaakt.
5. De indeling van de eindafrekening sluit aan bij de indeling van de meerjarenraming.
6. Bij de subsidieverlening stelt de minister een termijn vast waarbinnen de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het voor de uitvoerder geldende verantwoordingsregime.
7. Indien de minister bij de subsidieverlening aan de uitvoerder de verplichting heeft opgelegd tot het houden van een evaluatie, of wanneer de minister een externe evaluatiecommissie heeft ingesteld, dan gaat de minister niet eerder tot vaststelling van de subsidie over dan nadat de resultaten van de evaluatie bekend zijn.
2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dient de uitvoerder een verslag van activiteiten en een financieel verslag in.
3. Het verslag van activiteiten omvat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. Voorzover van toepassing bevat het verslag tevens een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten en de feitelijke realisatie.
4. Het financieel verslag geeft inzicht in het feitelijke verloop van de inkomsten en uitgaven gedurende de looptijd van het programma en het eindsaldo. Indien de uitvoerder op basis van een gedelegeerde bevoegdheid projecten heeft gesubsidieerd, dan geeft de eindafrekening inzicht in het saldo zoals dat na de vaststelling van voor de projecten verstrekte subsidiebedragen kan worden opgemaakt.
5. De indeling van de eindafrekening sluit aan bij de indeling van de meerjarenraming.
6. Bij de subsidieverlening stelt de minister een termijn vast waarbinnen de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het voor de uitvoerder geldende verantwoordingsregime.
7. Indien de minister bij de subsidieverlening aan de uitvoerder de verplichting heeft opgelegd tot het houden van een evaluatie, of wanneer de minister een externe evaluatiecommissie heeft ingesteld, dan gaat de minister niet eerder tot vaststelling van de subsidie over dan nadat de resultaten van de evaluatie bekend zijn.