BWBR0012373
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 4
Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001
1. De hoeveelheid aardolieproducten die wordt aangehouden door een voorraadplichtige niet zijnde COVA, wordt bepaald door:
a. de drempel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, te verdelen over de diverse categorieën aardolieproducten naar rato van zijn uitslag van elke categorie in het referentiejaar;
b. per categorie aardolieproducten zijn in het referentiejaar uitgeslagen hoeveelheid te verminderen met de hoeveelheid die is berekend met toepassing van onderdeel a, en
c. de met toepassing van onderdeel b berekende hoeveelheid te vermenigvuldigen met een percentage dat bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.
2. De omvang van de verplichting wordt berekend naar de aangiften, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005251/artikel/53" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 53 van de Wet op de accijns</a>, over het referentiejaar. De omvang van de verplichting over uitslag waarvoor geen aangifte is gedaan omdat geen accijns is verschuldigd, wordt berekend op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. Het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is gebaseerd op de gemiddelde voorraad waarover, bij een normale bedrijfsvoering, ten minste een substantieel deel van de voorraadplichtigen beschikt. Dat percentage kan worden gecorrigeerd in verband met de effecten van de drempel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.
a. de drempel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, te verdelen over de diverse categorieën aardolieproducten naar rato van zijn uitslag van elke categorie in het referentiejaar;
b. per categorie aardolieproducten zijn in het referentiejaar uitgeslagen hoeveelheid te verminderen met de hoeveelheid die is berekend met toepassing van onderdeel a, en
c. de met toepassing van onderdeel b berekende hoeveelheid te vermenigvuldigen met een percentage dat bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.
2. De omvang van de verplichting wordt berekend naar de aangiften, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005251/artikel/53" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 53 van de Wet op de accijns</a>, over het referentiejaar. De omvang van de verplichting over uitslag waarvoor geen aangifte is gedaan omdat geen accijns is verschuldigd, wordt berekend op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. Het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is gebaseerd op de gemiddelde voorraad waarover, bij een normale bedrijfsvoering, ten minste een substantieel deel van de voorraadplichtigen beschikt. Dat percentage kan worden gecorrigeerd in verband met de effecten van de drempel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.