BWBR0012373
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 3
Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001
1. De hoeveelheid aardolieproducten die Nederland ter naleving van zijn internationale verplichtingen moet aanhouden, wordt als volgt verdeeld:
a. elke vergunninghouder voor een of meer accijnsgoederenplaatsen voor minerale oliën als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de accijns, die in het referentiejaar een hoeveelheid aardolieproducten heeft uitgeslagen die in totaal ligt boven de in het tweede lid bedoelde drempel, houdt gedurende het voorraadjaar van elke categorie aardolieproducten die hij heeft uitgeslagen, de hoeveelheid aan, bedoeld in artikel 4, eerste lid,
b. COVA houdt de hoeveelheid aan, bedoeld in artikel 7.
2. De hoogte van de drempel wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur.
3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de Nederlandse krijgsmacht.
a. elke vergunninghouder voor een of meer accijnsgoederenplaatsen voor minerale oliën als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de accijns, die in het referentiejaar een hoeveelheid aardolieproducten heeft uitgeslagen die in totaal ligt boven de in het tweede lid bedoelde drempel, houdt gedurende het voorraadjaar van elke categorie aardolieproducten die hij heeft uitgeslagen, de hoeveelheid aan, bedoeld in artikel 4, eerste lid,
b. COVA houdt de hoeveelheid aan, bedoeld in artikel 7.
2. De hoogte van de drempel wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur.
3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de Nederlandse krijgsmacht.