BWBR0012373
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 26
Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001
1. Onze Minister kan de aanvraag tot het mogen aanhouden van de voorraad slechts weigeren indien:
a. toestemming naar zijn oordeel zou kunnen leiden tot een situatie die in strijd zou zijn met het betrokken bilaterale akkoord, of
b. weigering naar zijn oordeel anderszins noodzakelijk is met het oog op de naleving van voor Nederland geldende internationale verplichtingen.
2. Indien de aanvraag is geweigerd op grond van het eerste lid, onderdeel b, is degene die de aanvraag had ingediend verplicht om met COVA te onderhandelen over het door COVA aanhouden van de betrokken voorraad aardolieproducten als wettelijke voorraad.
a. toestemming naar zijn oordeel zou kunnen leiden tot een situatie die in strijd zou zijn met het betrokken bilaterale akkoord, of
b. weigering naar zijn oordeel anderszins noodzakelijk is met het oog op de naleving van voor Nederland geldende internationale verplichtingen.
2. Indien de aanvraag is geweigerd op grond van het eerste lid, onderdeel b, is degene die de aanvraag had ingediend verplicht om met COVA te onderhandelen over het door COVA aanhouden van de betrokken voorraad aardolieproducten als wettelijke voorraad.