BWBR0012337
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 11
Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer
1. Degene die een inrichting drijft, voert een oplosmiddelenboekhouding aan de hand waarvan ten genoegen van het bevoegd gezag wordt aangetoond dat is voldaan aan:
a. de emissiegrenswaarden voor afgassen, de diffuse- en totale emissie- grenswaarden,
b. de eisen van het reductieprogramma krachtens bijlage IIb, of
c. artikel 3, vierde lid.
Gasvolumes mogen worden toegevoegd om de afgassen af te koelen of te verdunnen indien dit technisch gerechtvaardigd is, maar worden niet meegeteld bij het vaststellen van de massaconcentratie van de verontreinigende stof in het afgas.
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de oplosmiddelenboekhouding.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een bestaande installatie met ingang van de dag waarop die installatie aan de artikelen 3en 4voldoet, doch uiterlijk op 31 oktober 2007.
a. de emissiegrenswaarden voor afgassen, de diffuse- en totale emissie- grenswaarden,
b. de eisen van het reductieprogramma krachtens bijlage IIb, of
c. artikel 3, vierde lid.
Gasvolumes mogen worden toegevoegd om de afgassen af te koelen of te verdunnen indien dit technisch gerechtvaardigd is, maar worden niet meegeteld bij het vaststellen van de massaconcentratie van de verontreinigende stof in het afgas.
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de oplosmiddelenboekhouding.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een bestaande installatie met ingang van de dag waarop die installatie aan de artikelen 3en 4voldoet, doch uiterlijk op 31 oktober 2007.