BWBR0012177
Geldig vanaf 2001-02-09
Artikel 6
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs
1. De betrokkene die recht heeft op uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">ZW</a>
a. en die recht op aanvulling op de WW-uitkering of op aansluitende uitkering zou hebben gehad als hij niet ziek was geweest, of
b. onder toepassing van artikel 46 ZW, terwijl hij laatstelijk voor de ZW verzekerd was op grond van een WW-uitkering waaraan een recht op bovenwettelijke uitkering was verbonden, heeft recht op aanvulling op de ZW-uitkering.
2. De vrouwelijke betrokkene die recht op uitkering heeft op grond van <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/3:8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:8 WAZO</a>
a. en die recht op aanvulling op de WW-uitkering of op aansluitende uitkering zou hebben gehad als zij geen recht op uitkering op grond van artikel 3:8 WAZO zou hebben gehad, of
b. onder toepassing van artikel 3:10 WAZO, terwijl zij laatstelijk voor de ZW verzekerd was op grond van een WW-uitkering waaraan een recht op bovenwettelijke uitkering was verbonden, heeft recht op aanvulling op de WAZO-uitkering.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft de betrokkene geen recht op aanvulling op de ZW- of WAZO-uitkering over tijdvakken waarin hij recht heeft op uitkering of bezoldiging op grond van het <a href="/wet/BWBR0007800" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs</a>.
4. De duur van de aanvulling op de ZW-uitkering is gelijk aan de duur van de ZW-uitkering. De duur van de aanvulling op de WAZO-uitkering is gelijk aan de duur van de WAZO-uitkering.
5. De ZW- of WAZO-uitkering van de betrokkene die bij aanvang van die uitkering recht zou hebben gehad op een aansluitende uitkering, wordt aangevuld tot de hoogte die de aansluitende uitkering zou hebben gehad. In de overige gevallen wordt de hoogte van de aanvulling op de ZW- of WAZO-uitkering vastgesteld onder overeenkomstige toepassing van artikel 5, vijfde en zesde lid.
6. Artikel 5, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvullingen, bedoeld in dit artikel.
a. en die recht op aanvulling op de WW-uitkering of op aansluitende uitkering zou hebben gehad als hij niet ziek was geweest, of
b. onder toepassing van artikel 46 ZW, terwijl hij laatstelijk voor de ZW verzekerd was op grond van een WW-uitkering waaraan een recht op bovenwettelijke uitkering was verbonden, heeft recht op aanvulling op de ZW-uitkering.
2. De vrouwelijke betrokkene die recht op uitkering heeft op grond van <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/3:8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:8 WAZO</a>
a. en die recht op aanvulling op de WW-uitkering of op aansluitende uitkering zou hebben gehad als zij geen recht op uitkering op grond van artikel 3:8 WAZO zou hebben gehad, of
b. onder toepassing van artikel 3:10 WAZO, terwijl zij laatstelijk voor de ZW verzekerd was op grond van een WW-uitkering waaraan een recht op bovenwettelijke uitkering was verbonden, heeft recht op aanvulling op de WAZO-uitkering.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft de betrokkene geen recht op aanvulling op de ZW- of WAZO-uitkering over tijdvakken waarin hij recht heeft op uitkering of bezoldiging op grond van het <a href="/wet/BWBR0007800" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs</a>.
4. De duur van de aanvulling op de ZW-uitkering is gelijk aan de duur van de ZW-uitkering. De duur van de aanvulling op de WAZO-uitkering is gelijk aan de duur van de WAZO-uitkering.
5. De ZW- of WAZO-uitkering van de betrokkene die bij aanvang van die uitkering recht zou hebben gehad op een aansluitende uitkering, wordt aangevuld tot de hoogte die de aansluitende uitkering zou hebben gehad. In de overige gevallen wordt de hoogte van de aanvulling op de ZW- of WAZO-uitkering vastgesteld onder overeenkomstige toepassing van artikel 5, vijfde en zesde lid.
6. Artikel 5, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvullingen, bedoeld in dit artikel.