Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en, voorzover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. betrokkene: degene die in dienstbetrekking staat of heeft gestaan als: 1. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 68 van de Wet op het primair onderwijs;
2. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 69 van de Wet op de expertisecentra;
3. vervallen;
4. personeelslid van een school waarvoor ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Experimentenwet onderwijs de formatie wordt vastgesteld;
5. vervallen;
6. vervallen;
7. vervallen;
8. vervallen;
9. personeelslid van een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, dan wel derde lid, onderdeel b, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop deze wet door Onze Minister van toepassing is verklaard;
10. vervallen;
11. personeelslid in de zin van de Wet op de onderwijsverzorging zoals deze wet luidde op 31 december 1996, dan wel een personeelslid werkzaam bij een instelling als bedoeld in de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten voorzover hij voor of uiterlijk op 31 december 1998 werkloos is geworden;
1. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 68 van de Wet op het primair onderwijs;
2. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 69 van de Wet op de expertisecentra;
3. vervallen;
4. personeelslid van een school waarvoor ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Experimentenwet onderwijs de formatie wordt vastgesteld;
5. vervallen;
6. vervallen;
7. vervallen;
8. vervallen;
9. personeelslid van een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, dan wel derde lid, onderdeel b, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop deze wet door Onze Minister van toepassing is verklaard;
10. vervallen;
11. personeelslid in de zin van de Wet op de onderwijsverzorging zoals deze wet luidde op 31 december 1996, dan wel een personeelslid werkzaam bij een instelling als bedoeld in de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten voorzover hij voor of uiterlijk op 31 december 1998 werkloos is geworden;
c. het BWOO: het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;
d. de WW: de Werkloosheidswet;
e. de ZW: de Ziektewet;
f. de WIA: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
g. de WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
h. de WAZO: de Wet arbeid en zorg;
i. diensttijd: de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking als bedoeld onder b of de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking bij een universiteit, een hogeschool of een onderzoeksinstelling zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming universiteiten, hogescholen en onderzoekinstellingen, een instelling of kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 5a.1 van het Uitvoeringsbesluit WEB of bij een school voor voortgezet onderwijs in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder begrepen een dienstbetrekking als overheidswerknemer als bedoeld in de Wet privatisering ABP bij een rechtsvoorganger van een werkgever als bedoeld onder b, met uitzondering van de tijd voorafgaand aan een aaneengesloten periode van meer dan 14 maanden waarin de betrokkene niet een zodanige dienstbetrekking had. Voor de periode van 14 maanden, bedoeld in de vorige volzin, blijft een periode waarin de betrokkene onmiddellijk voorafgaand aan zijn werkloosheid recht had op een uitkering op grond van de ZW, de WIA, de WAO of de WAZO, of een uitkering die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, buiten beschouwing;
j. ongemaximeerde berekeningsgrondslag: het dagloon dat geldt voor de WW, waarbij echter: 1. de maximumdagloongrens, bedoeld in artikel 45, eerste lid, WW, buiten beschouwing wordt gelaten;
2. een loonsuppletie, verstrekt op grond van artikel 15 of artikel 38 BWOO, tot het loon wordt gerekend;
1. de maximumdagloongrens, bedoeld in artikel 45, eerste lid, WW, buiten beschouwing wordt gelaten;
2. een loonsuppletie, verstrekt op grond van artikel 15 of artikel 38 BWOO, tot het loon wordt gerekend;
k. gemaximeerde berekeningsgrondslag: de berekeningsgrondslag bedoeld onder j, maar ten hoogste € 205,57;
l. aanvulling op de WW-uitkering: de aanvulling op de WW-uitkering, bedoeld in artikel 5;
m. aanvulling op de ZW-uitkering: de aanvulling op de ZW-uitkering, bedoeld in artikel 6;
n. aanvulling op de WAZO-uitkering: de aanvulling op de WAZO-uitkering, bedoeld in artikel 6;
o. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering, bedoeld in artikel 8;
p. bovenwettelijke uitkering: de aanvulling op de WW-uitkering, de aanvulling op de ZW-uitkering, de aanvulling op de WAZO-uitkering en de aansluitende uitkering;
q. dienstbetrekking: een dienstbetrekking als bedoeld in de WW;
r. eerste werkloosheidsdag: de eerste werkloosheidsdag, bedoeld in artikel 16a WW;
s. suppletie: een suppletie op grond van hoofdstuk 3 Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs;
t. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 14, tweede lid, WW.
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en, voorzover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. betrokkene: degene die in dienstbetrekking staat of heeft gestaan als: 1. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 68 van de Wet op het primair onderwijs;
2. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 69 van de Wet op de expertisecentra;
3. vervallen;
4. personeelslid van een school waarvoor ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Experimentenwet onderwijs de formatie wordt vastgesteld;
5. vervallen;
6. vervallen;
7. vervallen;
8. vervallen;
9. personeelslid van een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, dan wel derde lid, onderdeel b, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop deze wet door Onze Minister van toepassing is verklaard;
10. vervallen;
11. personeelslid in de zin van de Wet op de onderwijsverzorging zoals deze wet luidde op 31 december 1996, dan wel een personeelslid werkzaam bij een instelling als bedoeld in de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten voorzover hij voor of uiterlijk op 31 december 1998 werkloos is geworden;
1. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 68 van de Wet op het primair onderwijs;
2. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 69 van de Wet op de expertisecentra;
3. vervallen;
4. personeelslid van een school waarvoor ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Experimentenwet onderwijs de formatie wordt vastgesteld;
5. vervallen;
6. vervallen;
7. vervallen;
8. vervallen;
9. personeelslid van een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, dan wel derde lid, onderdeel b, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop deze wet door Onze Minister van toepassing is verklaard;
10. vervallen;
11. personeelslid in de zin van de Wet op de onderwijsverzorging zoals deze wet luidde op 31 december 1996, dan wel een personeelslid werkzaam bij een instelling als bedoeld in de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten voorzover hij voor of uiterlijk op 31 december 1998 werkloos is geworden;
c. het BWOO: het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;
d. de WW: de Werkloosheidswet;
e. de ZW: de Ziektewet;
f. de WIA: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
g. de WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
h. de WAZO: de Wet arbeid en zorg;
i. diensttijd: de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking als bedoeld onder b of de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking bij een universiteit, een hogeschool of een onderzoeksinstelling zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming universiteiten, hogescholen en onderzoekinstellingen, een instelling of kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 5a.1 van het Uitvoeringsbesluit WEB of bij een school voor voortgezet onderwijs in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder begrepen een dienstbetrekking als overheidswerknemer als bedoeld in de Wet privatisering ABP bij een rechtsvoorganger van een werkgever als bedoeld onder b, met uitzondering van de tijd voorafgaand aan een aaneengesloten periode van meer dan 14 maanden waarin de betrokkene niet een zodanige dienstbetrekking had. Voor de periode van 14 maanden, bedoeld in de vorige volzin, blijft een periode waarin de betrokkene onmiddellijk voorafgaand aan zijn werkloosheid recht had op een uitkering op grond van de ZW, de WIA, de WAO of de WAZO, of een uitkering die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, buiten beschouwing;
j. ongemaximeerde berekeningsgrondslag: het dagloon dat geldt voor de WW, waarbij echter: 1. de maximumdagloongrens, bedoeld in artikel 45, eerste lid, WW, buiten beschouwing wordt gelaten;
2. een loonsuppletie, verstrekt op grond van artikel 15 of artikel 38 BWOO, tot het loon wordt gerekend;
1. de maximumdagloongrens, bedoeld in artikel 45, eerste lid, WW, buiten beschouwing wordt gelaten;
2. een loonsuppletie, verstrekt op grond van artikel 15 of artikel 38 BWOO, tot het loon wordt gerekend;
k. gemaximeerde berekeningsgrondslag: de berekeningsgrondslag bedoeld onder j, maar ten hoogste € 205,57;
l. aanvulling op de WW-uitkering: de aanvulling op de WW-uitkering, bedoeld in artikel 5;
m. aanvulling op de ZW-uitkering: de aanvulling op de ZW-uitkering, bedoeld in artikel 6;
n. aanvulling op de WAZO-uitkering: de aanvulling op de WAZO-uitkering, bedoeld in artikel 6;
o. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering, bedoeld in artikel 8;
p. bovenwettelijke uitkering: de aanvulling op de WW-uitkering, de aanvulling op de ZW-uitkering, de aanvulling op de WAZO-uitkering en de aansluitende uitkering;
q. dienstbetrekking: een dienstbetrekking als bedoeld in de WW;
r. eerste werkloosheidsdag: de eerste werkloosheidsdag, bedoeld in artikel 16a WW;
s. suppletie: een suppletie op grond van hoofdstuk 3 Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs;
t. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 14, tweede lid, WW.