BWBR0012177
Geldig vanaf 2001-02-09
Artikel 19
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs
1. De betrokkene die recht heeft op een bovenwettelijke uitkering en elders arbeid gaat verrichten of een onderneming start, heeft op de voet van de bepalingen ter zake van de verplaatsingskosten die voor hem golden in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden, recht op een tegemoetkoming in de kosten van een daartoe noodzakelijke verhuizing.
2. Indien de betrokkene in verband met zijn nieuwe werkzaamheden uit anderen hoofde recht heeft op een vergoeding van verhuiskosten, wordt die vergoeding in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van het eerste lid recht heeft.
3. Onze Minister is bevoegd tot verrekening van een onverschuldigd betaalde uitkering op grond van dit besluit met de tegemoetkoming in de verhuiskosten.
4. De artikelen 36 tot en met 36b WWzijn van overeenkomstige toepassing op de tegemoetkoming in de verhuiskosten, voorzover deze onverschuldigd is betaald.
2. Indien de betrokkene in verband met zijn nieuwe werkzaamheden uit anderen hoofde recht heeft op een vergoeding van verhuiskosten, wordt die vergoeding in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van het eerste lid recht heeft.
3. Onze Minister is bevoegd tot verrekening van een onverschuldigd betaalde uitkering op grond van dit besluit met de tegemoetkoming in de verhuiskosten.
4. De artikelen 36 tot en met 36b WWzijn van overeenkomstige toepassing op de tegemoetkoming in de verhuiskosten, voorzover deze onverschuldigd is betaald.