BWBR0004045
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 22
Werkloosheidswet
1. Het UWV stelt op aanvraag vast of recht op uitkering bestaat.
2. Een uitkering als bedoeld in artikel 18en een uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van <a href="/wet/BWBR0002014/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945</a>worden betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat.
3. Een uitkering als bedoeld in het tweede lid wordt beëindigd zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. Indien de belanghebbende binnen een redelijke termijn om een beschikking verzoekt, dan wordt deze zo spoedig mogelijk alsnog verstrekt.
4. Het UWV betaalt de uitkering, bedoeld in het tweede lid, binnen zes weken na indiening van de aanvraag.
2. Een uitkering als bedoeld in artikel 18en een uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van <a href="/wet/BWBR0002014/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945</a>worden betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat.
3. Een uitkering als bedoeld in het tweede lid wordt beëindigd zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. Indien de belanghebbende binnen een redelijke termijn om een beschikking verzoekt, dan wordt deze zo spoedig mogelijk alsnog verstrekt.
4. Het UWV betaalt de uitkering, bedoeld in het tweede lid, binnen zes weken na indiening van de aanvraag.