BWBR0012104
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 8
AFUP-garantieregeling
1. De deelnemer die recht heeft op een AFUP-pensioen heeft recht op een garantie specifiek.
2. De garantie specifiek is een aanvulling op het specifiek deel en bestaat uit een opbouwgarantie specifiek en een basisgarantie specifiek. De garantie specifiek wordt berekend over de jaren voor 1 januari 2001 welke zijn doorgebracht:
a. in dienst bij de politie voor zover het niet betreft de jaren van de eerste opleiding;
b. direct voorafgaande aan de politiejaren, in dienst van de Koninklijke Marechaussee waarin ten behoeve van de bijstand bij de politie werkzaamheden zijn verricht.
3. Bij de berekening van de garantie specifiek, bedoeld in het tweede lid, worden maximaal 25 jaren in aanmerking genomen.
4. De garantie specifiek, bedoeld in het tweede lid, bedraagt jaarlijks de som van opbouwgarantie specifiek en basisgarantie specifiek waarbij:
a. opbouwgarantie specifiek het bedrag is dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 1,006 procent van het inkomen op 1 januari 2004 minus de franchise ter grootte van € 15.450 met het aantal jaren, bedoeld in de voorgaande leden; en
b. basisgarantie specifiek het bedrag is dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 0,971 procent van de franchise ter grootte van € 15.450 met het aantal jaren, bedoeld in de voorgaande leden.
5. Het bedrag van de garantie specifiek wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 12.1 van het Pensioenreglement aangepast.
6. Indien de deelnemer gedurende de jaren, bedoeld in het tweede lid, een deeltijdbetrekking heeft vervuld, wordt de volgens het vierde lid berekende garantie specifiek vermenigvuldigd met de gemiddelde deeltijdfactor over die termijn. Artikel 4, lid 4.3.1.1. tot en met 4.3.1.3., van het fpu-reglement is van overeenkomstige toepassing.
7. Indien de deeltijdfactor op peildatum 1 april 2000 hoger is dan de gemiddelde deeltijdfactor, bedoeld in het vijfde lid, wordt de volgens het vierde lid berekende garantie specifiek vermenigvuldigd met de hogere deeltijdfactor.
8. Bij een vervroegde uittreding voor het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt de garantie specifiek vermenigvuldigd met de factor die in kolom 3 van de bij deze regeling behorende tabel Ib, is opgenomen achter het daarbij in de kolommen 1 en 2 genoemde tijdstip van vervroegde uittreding. Bij een uittreding na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt de uitkering niet aangepast.
9. In geval van vervroegde uittreding in deeltijd wordt de met toepassing van de voorgaande leden vastgestelde garantie specifiek vermenigvuldigd met een factor.
10. De factor, bedoeld in het zevende lid, is gelijk aan de mate waarin de vermindering van de omvang van de betrekking ter zake van de vervroegde uittreding in deeltijd zich verhoudt tot de omvang van de betrekking waaruit de werknemer voor de eerste keer vervroegd is uitgetreden. Bij het bepalen van de factor, bedoeld in de vorige volzin, wordt een toename van de betrekkingsomvang na vervroegde uittreding buiten beschouwing gelaten.
2. De garantie specifiek is een aanvulling op het specifiek deel en bestaat uit een opbouwgarantie specifiek en een basisgarantie specifiek. De garantie specifiek wordt berekend over de jaren voor 1 januari 2001 welke zijn doorgebracht:
a. in dienst bij de politie voor zover het niet betreft de jaren van de eerste opleiding;
b. direct voorafgaande aan de politiejaren, in dienst van de Koninklijke Marechaussee waarin ten behoeve van de bijstand bij de politie werkzaamheden zijn verricht.
3. Bij de berekening van de garantie specifiek, bedoeld in het tweede lid, worden maximaal 25 jaren in aanmerking genomen.
4. De garantie specifiek, bedoeld in het tweede lid, bedraagt jaarlijks de som van opbouwgarantie specifiek en basisgarantie specifiek waarbij:
a. opbouwgarantie specifiek het bedrag is dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 1,006 procent van het inkomen op 1 januari 2004 minus de franchise ter grootte van € 15.450 met het aantal jaren, bedoeld in de voorgaande leden; en
b. basisgarantie specifiek het bedrag is dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 0,971 procent van de franchise ter grootte van € 15.450 met het aantal jaren, bedoeld in de voorgaande leden.
5. Het bedrag van de garantie specifiek wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 12.1 van het Pensioenreglement aangepast.
6. Indien de deelnemer gedurende de jaren, bedoeld in het tweede lid, een deeltijdbetrekking heeft vervuld, wordt de volgens het vierde lid berekende garantie specifiek vermenigvuldigd met de gemiddelde deeltijdfactor over die termijn. Artikel 4, lid 4.3.1.1. tot en met 4.3.1.3., van het fpu-reglement is van overeenkomstige toepassing.
7. Indien de deeltijdfactor op peildatum 1 april 2000 hoger is dan de gemiddelde deeltijdfactor, bedoeld in het vijfde lid, wordt de volgens het vierde lid berekende garantie specifiek vermenigvuldigd met de hogere deeltijdfactor.
8. Bij een vervroegde uittreding voor het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt de garantie specifiek vermenigvuldigd met de factor die in kolom 3 van de bij deze regeling behorende tabel Ib, is opgenomen achter het daarbij in de kolommen 1 en 2 genoemde tijdstip van vervroegde uittreding. Bij een uittreding na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt de uitkering niet aangepast.
9. In geval van vervroegde uittreding in deeltijd wordt de met toepassing van de voorgaande leden vastgestelde garantie specifiek vermenigvuldigd met een factor.
10. De factor, bedoeld in het zevende lid, is gelijk aan de mate waarin de vermindering van de omvang van de betrekking ter zake van de vervroegde uittreding in deeltijd zich verhoudt tot de omvang van de betrekking waaruit de werknemer voor de eerste keer vervroegd is uitgetreden. Bij het bepalen van de factor, bedoeld in de vorige volzin, wordt een toename van de betrekkingsomvang na vervroegde uittreding buiten beschouwing gelaten.