BWBR0012104
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 4
AFUP-garantieregeling
Werkgevers in de sector politie zijn:
a. de Minister van Veiligheid en Justitie, voor zover het betreft de korpschef;
b. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij de politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b van de Politiewet 2012;
c. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
d. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
e. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche.
a. de Minister van Veiligheid en Justitie, voor zover het betreft de korpschef;
b. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij de politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b van de Politiewet 2012;
c. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
d. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
e. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche.