BWBR0012078
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 9
Regeling gemoedsbezwaarden Bpf 2000
1. Een vrijstelling wordt door het bedrijfstakpensioenfonds ingetrokken:
a. op verzoek van de persoon of rechtspersoon aan wie de vrijstelling is verleend;
b. indien naar het oordeel van het bedrijfstakpensioenfonds de gemoedsbezwaren op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.
2. De vrijstelling kan door het bedrijfstakpensioenfonds worden ingetrokken indien de betrokkene de bij de vrijstelling gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid vervalt de vrijstelling, die is verleend aan een rechtspersoon, na verloop van vijf jaar na de datum van ingang van de vrijstelling. Met ingang van de datum waarop een vrijstelling is vervallen, kan een nieuwe vrijstelling worden verleend.
4. In de statuten of reglementen van het bedrijfstakpensioenfonds worden de gevolgen geregeld van de intrekking of het vervallen van een vrijstelling.
a. op verzoek van de persoon of rechtspersoon aan wie de vrijstelling is verleend;
b. indien naar het oordeel van het bedrijfstakpensioenfonds de gemoedsbezwaren op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.
2. De vrijstelling kan door het bedrijfstakpensioenfonds worden ingetrokken indien de betrokkene de bij de vrijstelling gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid vervalt de vrijstelling, die is verleend aan een rechtspersoon, na verloop van vijf jaar na de datum van ingang van de vrijstelling. Met ingang van de datum waarop een vrijstelling is vervallen, kan een nieuwe vrijstelling worden verleend.
4. In de statuten of reglementen van het bedrijfstakpensioenfonds worden de gevolgen geregeld van de intrekking of het vervallen van een vrijstelling.