BWBR0012078
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 2
Regeling gemoedsbezwaarden Bpf 2000
1. Indien de aanvraag een rechtspersoon betreft, wordt de aanvraag ingediend door het op grond van de wet of op grond van de statuten van de rechtspersoon daartoe bevoegde orgaan.
2. Onverminderd artikel 1bevat de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, tevens een verklaring dat de natuurlijke personen die behoren tot het orgaan dat bevoegd is de aanvraag in te dienen, in meerderheid overwegende gemoedsbezwaren hebben.
3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gevoegd:
a. een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de rechtspersoon, en
b. een gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering waarin het besluit tot het aanvragen van de vrijstelling is opgenomen.
2. Onverminderd artikel 1bevat de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, tevens een verklaring dat de natuurlijke personen die behoren tot het orgaan dat bevoegd is de aanvraag in te dienen, in meerderheid overwegende gemoedsbezwaren hebben.
3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gevoegd:
a. een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de rechtspersoon, en
b. een gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering waarin het besluit tot het aanvragen van de vrijstelling is opgenomen.