BWBR0012078
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 6
Regeling gemoedsbezwaarden Bpf 2000
1. De persoon of rechtspersoon die is vrijgesteld, betaalt dezelfde bijdragen welke hij verschuldigd zou zijn indien hij geen vrijstelling had, aan het bedrijfstakpensioenfonds in de vorm van spaarbijdragen. In de statuten en reglementen wordt geregeld waarop deze spaarbijdragen recht geven.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een werkgever die niet is vrijgesteld, met betrekking tot de bijdragen die hij verschuldigd is voor een werknemer, die wel is vrijgesteld.
3. Een werknemer die niet is vrijgesteld en in dienst is van een werkgever die wel is vrijgesteld, betaalt de door hem verschuldigde bijdragen rechtstreeks aan het bedrijfstakpensioenfonds. In de statuten en reglementen worden de pensioenaanspraken geregeld, waarop deze bijdragen recht geven.
4. Indien een werknemer die niet is vrijgesteld en in dienst is van een werkgever die wel is vrijgesteld, daartoe aan het bedrijfstakpensioenfonds een verzoek doet, worden de door de werkgever reeds betaalde spaarbijdragen en door het bedrijfstakpensioenfonds nog niet uitgekeerde, alsmede de door de werkgever nog verschuldigde spaarbijdragen omgezet in evenredige pensioenaanspraken ten behoeve van die werknemer. De laatste zin van het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een werkgever die niet is vrijgesteld, met betrekking tot de bijdragen die hij verschuldigd is voor een werknemer, die wel is vrijgesteld.
3. Een werknemer die niet is vrijgesteld en in dienst is van een werkgever die wel is vrijgesteld, betaalt de door hem verschuldigde bijdragen rechtstreeks aan het bedrijfstakpensioenfonds. In de statuten en reglementen worden de pensioenaanspraken geregeld, waarop deze bijdragen recht geven.
4. Indien een werknemer die niet is vrijgesteld en in dienst is van een werkgever die wel is vrijgesteld, daartoe aan het bedrijfstakpensioenfonds een verzoek doet, worden de door de werkgever reeds betaalde spaarbijdragen en door het bedrijfstakpensioenfonds nog niet uitgekeerde, alsmede de door de werkgever nog verschuldigde spaarbijdragen omgezet in evenredige pensioenaanspraken ten behoeve van die werknemer. De laatste zin van het derde lid is van overeenkomstige toepassing.