BWBR0012022
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 5
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie
1. Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij recht heeft op een WW-uitkering wegens ziekte verhinderd is arbeid te verrichten en deswege een ZW-uitkering geniet, wordt de ZW-uitkering aangevuld tot de percentages van het dagloon, genoemd in artikel 4, met inachtneming van de daaraan voorafgaande termijn waarover de betrokkene recht op een aanvullende uitkering op grond van dit besluit heeft gehad.
2. Indien het recht op de WW-uitkering na afloop van de periode waarin de Ziektewetop de betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, telt zowel de termijn waarover de betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een WW-uitkering als de termijn waarin de Ziektewetop hem van toepassing is geweest, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4.
3. Voor de toepassing van dit artikel worden de WW-uitkering en de ZW-uitkering steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten.
2. Indien het recht op de WW-uitkering na afloop van de periode waarin de Ziektewetop de betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, telt zowel de termijn waarover de betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een WW-uitkering als de termijn waarin de Ziektewetop hem van toepassing is geweest, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4.
3. Voor de toepassing van dit artikel worden de WW-uitkering en de ZW-uitkering steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten.