BWBR0012022
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 12
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie
1. De betrokkene die ter zake van ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% en hij daardoor recht heeft op een WW-uitkering. Indien de uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, bedoeld in de eerste volzin, is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten op grond van de desbetreffende dienstbetrekkingen.
2. Ter bepaling van de hoogte en de duur van de bovenwettelijke uitkering, wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid.
2. Ter bepaling van de hoogte en de duur van de bovenwettelijke uitkering, wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid.